Kenbare belangenafweging blijkt uit vertrekgesprekken

Kenbare belangenafweging gemaakt bij vertrekgesprekken – ECLI:NL:RBDHA:2025:1320

Rb. Den Haag (zp Groningen) | 04-02-2025 | NL25.3276 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2024 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 31 januari 2025 ter zitting behandeld. Partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

Eiser stelt de Libische, Algerijnse dan wel Tunesische nationaliteit te hebben.

Standpunten van eiser

  1. Onvoldoende voortvarend handelen
    1. Eiser stelt dat het niet duidelijk is of de aanvragen voor een laissez-passer (lp) door de Algerijnse, Libische of Tunesische autoriteiten in behandeling zijn genomen.
    1. Hij heeft een schriftelijke verklaring opgesteld, gericht aan de Algerijnse consul, waarin hij vrijwillige en snelle terugkeer naar Algerije aangeeft.
    1. Tijdens het vertrekgesprek van 23 december 2024 heeft eiser geprobeerd een foto van zijn Algerijnse identiteitskaart via Facebook op zijn telefoon te vinden, maar dit is niet gelukt.
    1. Eiser begrijpt niet waarom de minister nog geen presentatie bij de Algerijnse autoriteiten heeft gepland en stelt dat hierdoor onvoldoende voortvarend is gehandeld.
  2. Gebrek aan zicht op uitzetting
    1. Eiser betoogt dat er geen indicatie is dat de Algerijnse, Libische of Tunesische autoriteiten een lp zullen afgeven.
    1. Hij stelt dat zonder een concrete toezegging of indicatie van deze autoriteiten, niet kan worden geconcludeerd dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.
  3. Geen kenbare belangenafweging
    1. Eiser stelt dat de minister geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt bij de voortduring van de bewaring.

Overwegingen Rechtbank

  1. Voortvarend handelen
    1. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting.
    1. Uit de voortgangsrapportage en de toelichting ter zitting blijkt dat sinds het eerdere onderzoek meerdere vertrekgesprekken met eiser zijn gevoerd, waarvan de laatste op 30 januari 2025.
    1. Een vertrekgesprek wordt in het algemeen als een uitzettingshandeling aangemerkt, en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt waarom dat in zijn geval anders zou zijn.
    1. De minister heeft regelmatig schriftelijk gerappelleerd bij de Tunesische, Libische en Algerijnse autoriteiten, wat eveneens als uitzettingshandelingen worden gekwalificeerd.
  2. Zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
    1. De rechtbank acht zicht op uitzetting niet afwezig.
    1. Op 6 februari 2025 staat een presentatie bij de Libische autoriteiten gepland.
    1. Dat er nog geen presentaties zijn gepland bij de Algerijnse of Tunesische autoriteiten, betekent niet dat op korte termijn geen lp kan worden verstrekt.
    1. De minister is afhankelijk van de medewerking van deze autoriteiten en heeft toegelicht dat een presentatie bij de Algerijnse autoriteiten sneller verloopt als een kopie van een identiteits- of nationaliteitsdocument voorhanden is.
    1. Tijdens het vertrekgesprek heeft eiser aangegeven via zijn ouders te proberen een kopie van zijn Algerijnse identiteitskaart te verkrijgen.
    1. De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting daarmee is gegeven.
  3. Belangenafweging
    1. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de minister geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt.
    1. Uit het dossier blijkt dat een belangenafweging op meerdere momenten is gemaakt, onder meer in de verslagen van vertrekgesprekken.
    1. In het meest recente verslag staat expliciet vermeld dat eiser geen omstandigheden heeft aangevoerd waaruit volgt dat de maatregel niet langer zou kunnen voortduren.
    1. De rechtbank acht deze afweging voldoende en oordeelt dat de voortduring van de maatregel niet onrechtmatig is.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder