Lichter middel: langdurige asielprocedure geen reden

Asielprocedure van 5 jaar en oogziekte geen reden lichter middel – ECLI:NL:RBDHA:2025:2338

Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 10-02-2025 | NL25.3957 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld, tevens aan te merken als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser is via een beeldverbinding verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen Rechtbank

  1. Lichter middel
    1. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen lichter middel is toegepast. Hij is al vijf jaar bezig met het krijgen van asiel en wijst op zijn chronische oogziekte en de verslechtering van zijn mentale gezondheid in detentie. Daarnaast stelt hij zich aan de regels te zullen houden.
    1. De rechtbank overweegt dat de minister terecht uitgaat van een onttrekkingsrisico, mede omdat eiser de gronden van de bewaring niet heeft betwist.
    1. De enkele toezegging van eiser dat hij zich aan de regels zal houden, verandert dit niet.
    1. De minister heeft de medische omstandigheden meegewogen en stelt dat in het detentiecentrum medische zorg beschikbaar is. De rechtbank acht dit voldoende.
  2. Voortvarend handelen
    1. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat de detentie maanden kan duren vanwege de houding van de Algerijnse autoriteiten.
    1. De rechtbank stelt vast dat:
      1. De minister voorafgaand aan de inbewaringstelling (13 december 2024) en op 27 januari 2025 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd.
      1. Op 24 december 2024 een laissez-passer (LP) is aangevraagd bij de Algerijnse autoriteiten.
      1. De minister op 16 en 27 januari 2025 heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten.
    1. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld.
  3. Ambtshalve toetsing
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder