Uitreiking folder blijkt uit PV

Uitreiken informatiebrief afgeleid uit proces-verbaal –ECLI:NL:RBDHA:2025:3027

Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 27-02-2025 | NL25.7436 | Bewaring | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld, tevens aan te merken als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en geboren te zijn in 2005.

Overwegingen Rechtbank

  1. Informatieplicht
    1. Eiser stelt dat niet kan worden vastgesteld dat hem de informatiefolder in de Arabische taal daadwerkelijk is uitgereikt.
    1. De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring vermeldt dat de folder is verstrekt en dat de betreffende ambtenaar telefonisch heeft bevestigd dat deze is uitgereikt.
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen en oordeelt dat de minister heeft voldaan aan de informatieplicht.
  2. Gronden van de bewaring
    1. De minister baseert de bewaring op een risico van onttrekking aan het toezicht en het ontwijken of belemmeren van de uitzettingsprocedure.
    1. Eiser heeft zware grond 3a (illegale binnenkomst) en lichte gronden 4c (geen vaste woon- of verblijfplaats) en 4d (gebrek aan middelen van bestaan) betwist.
    1. De rechtbank stelt vast dat eiser de overige zware gronden 3c (niet vrijwillig vertrek na uitzettingsplicht) en 3i (weigering mee te werken aan terugkeer) niet heeft betwist en dat deze gronden de maatregel kunnen dragen.
    1. Daarom hoeven de betwiste gronden niet verder besproken te worden.
  3. Lichter middel
    1. Eiser stelt dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, aangezien hij onderdak heeft bij een stichting en leefgeld ontvangt.
    1. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom geen lichter middel is toegepast.
    1. De minister mocht concluderen dat eiser niet zelfstandig zou vertrekken, gezien zijn eerdere niet-nakoming van de vertrekplicht en het ontbreken van reisdocumenten.
  4. Voortvarend handelen
    1. Eiser stelt dat onvoldoende voortvarend wordt gewerkt aan zijn uitzetting, omdat de laissez-passer (lp)-aanvraag niet is toegevoegd aan het dossier.
    1. De rechtbank stelt vast dat op 10 februari 2025 een vertrekgesprek met eiser heeft plaatsgevonden en dat op 19 februari 2025 een lp-aanvraag is ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten.
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de minister en oordeelt dat voldoende voortvarend wordt gehandeld.
  5. Ambtshalve toetsing
    1. De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
  • Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
  • Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder