Italiaan bewijst vertrek niet uit Nederland – ECLI:NL:RBDHA:2025:1713
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 10-02-2025 | NL25.3594 | Bewaring | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 24 januari 2025 heeft de minister aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld, tevens aan te merken als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 ter zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Eiser is geboren in 2000 en heeft de Italiaanse nationaliteit.
Overwegingen Rechtbank
- Grondslag bewaring
- Eiser stelt dat hij na zijn eerdere verwijdering uit Nederland op 7 maart 2024 zijn verblijf in Italië daadwerkelijk en effectief heeft voortgezet. Daarom zou bij zijn terugkeer naar Nederland een nieuwe vrije termijn zijn gaan lopen.
- De rechtbank oordeelt dat eiser zijn verblijf niet daadwerkelijk heeft beëindigd, omdat hij geen bewijs heeft overgelegd van zijn verblijf en werk in Italië. Hierdoor blijft het verwijderingsbesluit van 23 augustus 2023 van kracht.
- Gronden voor bewaring
- De minister stelt dat bewaring noodzakelijk is vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.
- De rechtbank overweegt dat eiser de zware gronden (onttrekking aan toezicht en het niet vrijwillig verlaten van Nederland na een eerder besluit) niet heeft betwist. Deze gronden kunnen de bewaring dragen.
- Voortvarend handelen
- Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, omdat hij nog niet is uitgezet terwijl er dagelijks vluchten naar Italië gaan.
- De rechtbank stelt vast dat:
- Op 13 december 2024 een terugnameakkoord door de Italiaanse autoriteiten is verstrekt.
- Op 28 januari 2025 een vertrekgesprek is gevoerd en een laissez-passer (LP) is aangevraagd.
- Op 30 januari 2025 de LP-aanvraag is goedgekeurd en op 31 januari 2025 een vlucht is aangevraagd.
- De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld. Dat eiser heeft aangegeven dat hij naar Cagliari (Sardinië) wil worden uitgezet, heeft invloed op de planning van de vlucht en verklaart waarom uitzetting nog niet heeft plaatsgevonden.
- Ambtshalve toetsing
- De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De bewaring blijft in stand.
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Noten