Controle buspassagier. Geen verkapte Vw-staandehouding

Bewaring – Staandehouding – Inreisverbod – ECLI:NL:RBDHA:2025:5798

Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 08-04-2025 | NL25.13668 & NL25.14124 | Bewaring – 59b Vw – busincident – geen Chavez – inreisverbod | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser is op 20 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, en heeft op dezelfde dag een inreisverbod van twee jaar gekregen op grond van artikel 66a, eerste lid, onder b, Vw. De rechtbank heeft de beroepen op 2 april 2025 behandeld.

Eiser stelt dat de staandehouding onrechtmatig was (verkapt vreemdelingentoezicht), dat zijn verblijf in de politiecel te lang duurde, en dat de maatregel en het inreisverbod onterecht zijn.

Overwegingen Rechtbank

Staandehouding
De politie werd opgeroepen vanwege een overlastgevende buspassagier die niet wilde betalen. Eiser werd gecontroleerd op grond van de algemene politietaak en vervolgens aangehouden wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. De rechtbank acht dit geen verkapte toepassing van vreemdelingentoezicht.

Volgens vaste jurisprudentie mag de vreemdelingenrechter de rechtmatigheid van strafrechtelijke aanhouding niet beoordelen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Politiecel
Eiser is op 20 maart om 15:43 in bewaring gesteld en op 21 maart om 10:31 overgebracht naar detentiecentrum Rotterdam. Daarmee is de 24-uurstermijn niet overschreden.

Beoordeling gronden
De maatregel is gebaseerd op zware gronden 3b en 3c (onttrekking aan toezicht en geen gehoor gegeven aan terugkeerbesluit), en lichte gronden 4a, 4c en 4d. Eiser heeft deze gronden niet bestreden. De rechtbank acht ze voldoende om de maatregel te dragen, en daarmee ook om gegevens te verkrijgen voor beoordeling van de asielaanvraag (zoals vereist bij 59b Vw).

Lichter middel
Eiser stelt dat hij bereid is tot een meldplicht. De rechtbank wijst erop dat hij eerder niet aan meldplicht voldeed, en dat er risico is op onttrekking. Er is geen sprake van disproportionele bewaring.

Inreisverbod
Eiser heeft niet tijdig gehoor gegeven aan het terugkeerbesluit van 19 februari 2024. Verweerder was verplicht een inreisverbod op te leggen. Eiser heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om hiervan af te zien. Dat hij asiel heeft aangevraagd en naar eigen zeggen niet kan terugkeren naar Colombia, kan in de asielprocedure worden behandeld, maar tast het inreisverbod niet aan.

Ambtshalve toetsing
De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel op enig ander punt onrechtmatig te achten.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroepen ongegrond
  • Gevolgen: Bewaring en inreisverbod blijven in stand
  • Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding
  • Schadevergoeding: Afgewezen

Noten

• ECLI:NL:RVS:2020:2400
• ECLI:EU:C:2022:858
• ECLI:NL:RVS:2025:245
• ECLI:NL:RVS:2025:219
• ECLI:NL:RVS:2016:2852
• ECLI:NL:RVS:2018:4011


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder