Bewaring – Onzorgvuldige terugkeerstrategie – ECLI:NL:RBDHA:2025:5971
Rb. Den Haag (zp Roermond) | 10-04-2025 | NL25.14274 & NL25.14451 | Bewaring – Libië – ongeldige aanvullende TKB – refoulement – beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van gestelde Libische nationaliteit en geboren in 1992, is op 1 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Tegen het voortduren van de maatregel is op 14 maart 2025 volgberoep ingesteld. Op 4 maart 2025 zijn door verweerder twee aanvullende terugkeerbesluiten genomen waarin Algerije en Marokko als land van bestemming zijn aangewezen. Eiser heeft op 27 maart 2025 daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft de aanvullende besluiten op 3 april 2025 ingetrokken en € 907 proceskostenvergoeding toegezegd. Beide beroepen zijn op 8 april 2025 gezamenlijk behandeld.
Overwegingen Rechtbank
Toetsingskader volgberoep
De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de maatregel tussen 14 maart en 8 april 2025.
Oorspronkelijke TKB’s en verwijdering naar Libië
Er waren zes eerdere terugkeerbesluiten waarin (impliciet of expliciet) Libië als land van bestemming was aangewezen. Deze zijn in rechte onaantastbaar. Verweerder had zijn vertrekhandelingen op Libië moeten richten. Dat is niet gebeurd.
Onzorgvuldigheid bij aanvullende TKB’s
Op 4 maart 2025 zijn zonder voorafgaand gehoor aan eiser twee aanvullende TKB’s opgesteld waarin Algerije en Marokko worden genoemd. De rechtbank kwalificeert dit als een “fishing expedition”:
- Geen enkel bewijs of aanwijzing dat eiser met deze landen in verband staat.
- LP-aanvragen zijn al op 23 en 24 januari 2025 verstuurd, dus vóór de TKB’s.
- Verweerder kon niet aangeven wie het “advies” tot aanvraag had gegeven.
De rechtbank acht dit handelen in strijd met het verdedigingsbeginsel en het absolute verbod van refoulement.
Geen inspanning richting Libië
Uit de overgelegde M120 blijkt niet dat na 1 maart 2025 enig vertrektraject richting Libië is ingezet. De eerdere presentatie bij de Libische autoriteiten (september 2024) had geleid tot een negatieve reactie op 18 oktober 2024, maar hierover is de rechtbank niet geïnformeerd in de M120.
Gevolgen voor rechtmatigheid
Doordat er geen concrete verwijderingsinspanningen zijn geweest naar het enige geldige land van bestemming (Libië), concludeert de rechtbank dat de maatregel in de gehele getoetste periode onrechtmatig heeft voortgeduurd.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Volgberoep gegrond
- Gevolgen:
• Bewaring opgeheven
• Invrijheidstelling gelast
• Schadevergoeding: € 2.800 (28 dagen × € 100)
• Proceskostenvergoeding: € 2.721 (€ 1.814 + € 907 voor ingetrokken TKB-beroep) - Beroep tegen ingetrokken TKB’s: Niet-ontvankelijk verklaard
Noten
• ECLI:NL:RBDHA:2025:4234
• ECLI:NL:RVS:2023:3564
• ECLI:NL:RVS:2024:1970
• Richtlijn 2008/115/EG