Bewaring – Elektronische ondertekening & Marokko – ECLI:NL:RBDHA:2025:6005
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 10-04-2025 | NL25.13462 | Bewaring – elektronische ondertekening – Marokko – zwaar grondenpakket | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 21 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Het beroep strekt mede tot schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 4 april 2025 behandeld via telehoren.
Eiser voert aan dat de maatregel onjuist is ondertekend, dat de informatievoorziening gebrekkig was, en dat ten onrechte is afgezien van een lichter middel.
Overwegingen Rechtbank
Voortraject en ondertekening
De rechtbank stelt vast dat de procedure vóór de bewaring niet is bestreden.
Wat betreft de elektronische ondertekening (winter- naar zomertijd): de verklaring van de minister over automatische tijdverschuiving in het verificatieprogramma is voldoende duidelijk. De rechtbank ziet hierin geen gebrek.
Beoordeling gronden
De maatregel is gebaseerd op vier zware (3a–3d) en drie lichte (4a, 4c, 4d) gronden. De rechtbank acht alle gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd:
- Eiser heeft geen ID-documenten en verklaarde die nooit gehad te hebben.
- Hij is eerder met onbekende bestemming vertrokken (8 januari 2024).
- Hij heeft een terugkeerbesluit uit november 2021 genegeerd, ondanks beroepsinstelling.
- Hij werkt niet mee aan vaststelling identiteit/nationaliteit.
Ook de lichte gronden zijn voldoende onderbouwd: geen adres, geen legale middelen van bestaan, en eerdere meldplicht is niet nageleefd.
Lichter middel
Eiser heeft op 27 maart 2025 aangegeven niet te willen terugkeren naar Marokko. De rechtbank acht het risico op onttrekking reëel. De minister heeft terecht geoordeeld dat een lichter middel, zoals meldplicht, niet volstaat.
Voortvarendheid en zicht op uitzetting
Op 27 maart 2025 is een vertrekgesprek gevoerd en een lp-aanvraag ingediend bij Marokko. De minister mocht kiezen voor Marokko (boven Algerije), gezien eisers verklaring dat hij daar is opgegroeid en beide nationaliteiten heeft.
De rechtbank verwijst naar ECLI:NL:RVS:2024:4680: zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt in het algemeen niet.
Ambtshalve toetsing
Geen andere onrechtmatigheden vastgesteld.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Gevolgen: Bewaring rechtmatig
- Proceskosten: Geen vergoeding
- Schadevergoeding: Afgewezen
Noten
• ECLI:NL:RVS:2024:4680
• ECLI:NL:RVS:2023:4180
• ECLI:NL:RVS:2020:829
• Richtlijn 2008/115/EG