Bewaring – Ongeldige verkorting vertrektermijn – ECLI:NL:RBDHA:2025:7171
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 23-04-2025 | NL25.16919 | Turkse nationaliteit – verkorting vertrektermijn ondeugdelijk gemotiveerd – bewaring van meet af aan onrechtmatig – beroep gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Turkse nationaliteit, is op 13 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw. Op 22 april 2025 vond de zitting plaats via beeldverbinding. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Daarnaast stelt de rechtbank ambtshalve de geldigheid van de vertrektermijn en het zicht op uitzetting aan de orde.
Overwegingen Rechtbank
Voortvarendheid
- De minister voerde op 18 maart en 17 april 2025 vertrekgesprekken met eiser.
- Op 20 maart 2025 is een verzoek tot terugname en overname (T&O) gedaan aan de Turkse autoriteiten.
- De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld.
Zicht op uitzetting en geldigheid vertrektermijn
- De vertrektermijn van vier weken, vastgesteld in het terugkeerbesluit van 13 februari 2025, was nog niet verstreken ten tijde van de inbewaringstelling op 13 maart 2025.
- De minister stelde dat deze termijn op grond van artikel 62, tweede lid, onder c Vw, van rechtswege was vervallen vanwege een strafrechtelijke aanhouding op 13 maart 2025.
- De rechtbank volgt dit niet:
- Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (o.a. [ECLI:NL:RVS:2015:3579] en [ECLI:NL:RVS:2009:BK1638]) is voor verkorting van de vertrektermijn voorafgaand onderzoek vereist.
- Dat onderzoek en een gemotiveerde vaststelling van actueel gevaar voor de openbare orde ontbraken.
Gevolg
- Zolang de vertrektermijn nog liep, kon de minister geen uitzetting effectueren en dus ook geen bewaring opleggen.
- De maatregel van bewaring is daarom van meet af aan onrechtmatig opgelegd.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep gegrond
- Opheffing bewaring: Per 23 april 2025
- Schadevergoeding: €4200 (42 dagen × €100)
- Proceskostenvergoeding: €907
Noten
• ECLI:NL:RVS:2015:3579
• ECLI:NL:RVS:2009:BK1638
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• Vw 2000 – artikel 62 lid 2 onder c
• Vw 2000 – artikel 63