Voorlopige voorziening – Dublin België – opvangomstandigheden – ECLI:NL:RBDHA:2025:7174
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 25-04-2025 | NL25.16660 | Nigeriaanse nationaliteit – Dublin België – verzoek tot schorsing overdracht – afgewezen
NB deze uitspraak is door nieuwere jurisprudentie Afdeling achterhaald
Feiten en Procesverloop
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft op 9 april 2025 beroep ingesteld tegen het besluit van 2 april 2025, waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk is (Dublinverordening). Op 19 april 2025 heeft hij een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om overdracht aan België te voorkomen. De overdracht stond gepland voor 28 april 2025.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Overwegingen Rechtbank
- Spoedeisend belang: Gelet op de korte termijn tot de geplande overdracht is sprake van onverwijlde spoed. Het verzoek is ontvankelijk.
- Verzoek om schorsing overdracht:
- Verzoeker voert aan dat overdracht aan België zal leiden tot een situatie in strijd met artikel 3 EVRM en artikel 4 Handvest.
- Hij verwijst naar stukken uit een lopende hogerberoepsprocedure bij de Afdeling tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2024.
- Ook stelt hij psychisch kwetsbaar te zijn.
- Toetsing opvangomstandigheden België:
- De meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag (zp Arnhem) heeft op 2 april 2025 geoordeeld dat de minister nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België (ECLI:NL:RBDHA:2025:5581).
- De huidige voorzieningenrechter sluit zich hierbij aan.
- De overgelegde stukken uit de hogerberoepsprocedure vormen geen reden om van dit oordeel af te wijken. Verzoeker licht niet concreet toe waarin deze informatie afwijkt van hetgeen op 2 april 2025 al beoordeeld is.
- De rechtbank constateert dat België sinds augustus 2024 maatregelen heeft genomen om de opvangcapaciteit uit te breiden en de wachttijden te verkorten.
- Er blijkt geen onverschilligheid van de Belgische autoriteiten ten aanzien van de opvangproblematiek.
- Psychische kwetsbaarheid:
- Verzoeker heeft zijn gestelde kwetsbaarheid niet onderbouwd met medische stukken.
- Er is geen aanleiding om het verzoek op zitting te behandelen of om op die grond een voorlopige voorziening te treffen.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen
- Proceskostenvergoeding: Niet toegekend
Noten
• ECLI:NL:RBDHA:2025:5581
• Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
• EVRM – artikel 3
• Handvest EU – artikel 4
• Awb – artikel 8:81
• Awb – artikel 8:83 lid 3