Bewaring – Onjuiste termijn aan verweerder – drie werkdagenregel geschonden – ECLI:NL:RBDHA:2025:7243
Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 29-04-2025 | NL25.16893 | Turkse nationaliteit – termijnoverschrijding erkend – geen uitsluiting processtuk – beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Turkse nationaliteit, is op 10 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw. Op 22 april 2025 vond de zitting plaats via beeldverbinding.
Eiser voert aan dat de rechtbank ten onrechte een termijn tot donderdag 17 april 2025 aan verweerder heeft verleend voor het indienen van processtukken. Volgens artikel 8.4 van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken mogen processtukken uiterlijk drie werkdagen vóór de zitting worden ingediend. Omdat zaterdag 19 en zondag 20 april geen werkdagen zijn en maandag 21 april een erkende feestdag (Tweede Paasdag), golden alleen dinsdag 15, woensdag 16 en donderdag 17 april als werkdagen voorafgaand aan de zitting op dinsdag 22 april 2025. Daarmee liep de termijn af op dinsdag 15 april om 16:00 uur. Verweerder diende dossierstuk 23 pas op donderdag 17 april in. Eiser stelt dat dit in strijd is met het procesreglement en verzoekt uitsluiting van het stuk wegens schending van de goede procesorde.
Daarnaast klaagt eiser over:
- een onjuiste wettelijke grondslag voor de ophouding;
- een foutieve vermelding van de bewaringsgrondslag in het gehoor;
- ondeugdelijke motivering van de maatregel;
- en onrechtmatig verblijf in een politiecel.
Overwegingen Rechtbank
1. Termijnoverschrijding verweerder – drie werkdagenregel
- De rechtbank erkent dat zij onjuist een termijn tot 17 april 2025 heeft verleend, waarmee de driewerkdagenregel uit artikel 8.4 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken is geschonden.
- De gemachtigde van eiser heeft terecht aangevoerd dat het processtuk buiten de termijn is ingediend.
- De berekening van de termijn is conform het procesreglement, waarbij weekend- en feestdagen niet meetellen als werkdagen. De termijn eindigde dus op dinsdag 15 april om 16:00 uur.
- De rechtbank overweegt echter dat:
- eiser het stuk tijdig heeft ontvangen;
- hij voldoende gelegenheid had om te reageren;
- en niet is gebleken dat hij in zijn verdediging is geschaad.
- De goede procesorde is volgens de rechtbank dan ook niet geschonden. Het verzoek tot uitsluiting wordt afgewezen.
2. Onjuiste grondslag ophouding
- In het proces-verbaal van ophouding staat artikel 50a Vw, terwijl artikel 50, derde lid, Vw van toepassing was.
- De ophouding duurde minder dan zes uur. Het vormverzuim heeft geen gevolgen.
3. Bewaringsgrondslag in gehoor onjuist vermeld
- De fout is de volgende dag gecorrigeerd in een aanvullend proces-verbaal.
- Geen schending van het verdedigingsbeginsel.
4. Beoordeling bewaringsgronden
- Zware gronden 3a (illegale binnenkomst) en 3b (onttrekking aan toezicht) zijn voldoende onderbouwd.
- Eiser betwist deze gronden niet gemotiveerd.
5. Politiecel
- Eiser verbleef minder dan 24 uur in een politiecel. Geen schending van artikel 5 EVRM volgens vaste jurisprudentie.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Termijnoverschrijding door verweerder is juridisch juist gesignaleerd, maar vormt geen reden tot uitsluiting stukken
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskostenvergoeding: Geen
Noten
• ⚠️ Artikel 8.4 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken (vermeld in uitspraak)
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• ECLI:NL:RVS:2024:5284
• ECLI:NL:RVS:2023:4066