Handboeien bij overbrenging naar auto rechtmatig

Bewaring – Lichter middel en handboeiengebruik – ECLI:NL:RBDHA:2025:6454

Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 11-04-2025 | NL25.15415 | Bewaring – Dublin Kroatië – handboeiengebruik – motivering lichter middel – Jawo niet van toepassing | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser, van vermoedelijk Afghaanse nationaliteit, is op 31 maart 2025 op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw in bewaring gesteld met het oog op overdracht aan Kroatië op grond van de Dublinverordening. Hij had op 3 november 2023 al een overdrachtsbesluit ontvangen.

Tijdens transport naar het voertuig op het COA-terrein zijn eiser handboeien aangelegd. De bewaring werd gebaseerd op zware gronden 3a en 3k en lichte gronden 4a, 4c en 4d.

Eiser betwistte alle gronden en stelde dat het gebruik van handboeien disproportioneel was en dat verweerder ten onrechte geen lichter middel heeft toegepast.

Overwegingen Rechtbank

Gebruik van handboeien
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van handboeien bij transport van de spreekkamer naar het voertuig (300 meter over COA-terrein) gerechtvaardigd was.

  • Verweerder motiveerde dat risico op onttrekking bestond door de openbare locatie en aanwezigheid van medebewoners.
  • De handboeien werden direct na plaatsing in het voertuig verwijderd.

De rechtbank acht dit toelaatbaar gelet op artikel 22 Ambtsinstructie, mede verwijzend naar ECLI:NL:RVS:2012:BW0004.

Beoordeling gronden

  • Grond 3a is feitelijk juist: eiser is Nederland zonder geldige documenten binnengekomen.
  • Grond 3k is terecht toegepast: eiser heeft zich op 20 maart 2025 niet gemeld voor overdracht aan Kroatië.
  • Deze twee gronden samen rechtvaardigen de conclusie dat sprake is van een significant risico op onttrekking.

De verwijzing naar het Jawo-arrest (ECLI:EU:C:2019:218) wordt verworpen, omdat dit arrest ziet op onderduik in de zin van artikel 29 Dublinverordening, niet op het criterium van onttrekking in bewaringssituaties.

Toetsing lichter middel
De rechtbank past het toetsingskader uit ECLI:NL:RVS:2015:674, ECLI:NL:RVS:2015:1309 en het arrest Mahdi (ECLI:EU:C:2014:1320) toe:

  • Verweerder heeft gemotiveerd dat eerdere mildere maatregelen (meldplicht, vertrekgesprekken) niet tot overdracht leidden.
  • Eiser heeft zich actief aan overdracht onttrokken.
  • Er is geen sprake van medische of familiale omstandigheden die de maatregel onevenredig maken.

De rechtbank acht de motivering voldoende specifiek en op het individuele geval toegesneden.

Voortvarend handelen
Binnen 11 dagen zijn een vlucht aangevraagd (31 maart), vertrekgesprekken gevoerd (1 en 3 april) en is overdracht gepland voor 10 april 2025. De rechtbank acht dit voldoende voortvarend.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Gevolgen: Bewaring blijft rechtmatig
  • Schadevergoeding: Afgewezen
  • Proceskosten: Geen vergoeding

Noten

• ECLI:NL:RVS:2012:BW0004
• ECLI:EU:C:2019:218 (Jawo)
• ECLI:NL:RVS:2015:674
• ECLI:NL:RVS:2015:1309
• ECLI:EU:C:2014:1320 (Mahdi)
• Vb 2000 – artikel 5.1b


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder