Bewaring – Zicht op uitzetting Nigeria – ECLI:NL:RBDHA:2025:6991
Rb. Den Haag (zp Groningen) | 25-04-2025 | NL25.16907 | Nigeriaanse nationaliteit – risico op onttrekking – medewerking ontbreekt – beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, is op 6 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw. Op 18 april 2025 vond de zitting plaats via telehoren. Eiser was aanwezig vanuit het detentiecentrum te Rotterdam.
De maatregel is gebaseerd op meerdere zware gronden (3a, 3c, 3d, 3i) en één lichte grond (4a) zoals bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb.
Overwegingen Rechtbank
Grondslag en gronden
- Eiser heeft geen rechtmatig verblijf en valt binnen het bereik van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
- De minister heeft terecht aangenomen dat risico op onttrekking bestaat en dat eiser de uitzettingsprocedure ontwijkt. De aangevoerde gronden zijn voldoende dragend en niet gemotiveerd bestreden.
Lichter middel
- Gezien de gronden en de verklaringen van eiser is de keuze voor bewaring gerechtvaardigd.
- Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd die nopen tot toepassing van een lichter middel.
- Medische klachten kunnen worden gemeld aan de medische dienst; de geboden zorg in detentie is voldoende.
Voortvarendheid
- De minister heeft op 9 april 2025 een eerste vertrekgesprek gehouden en op 10 april 2025 gerappelleerd op de lp-aanvraag.
- Daarmee is voldaan aan de eis van voortvarend handelen.
Zicht op uitzetting
- Eiser stelt dat in zijn geval onvoldoende zicht op uitzetting bestaat.
- De rechtbank volgt dit niet: verwijst naar de algemene lijn van de Afdeling (o.a. ECLI:NL:RVS:2022:3269) dat zicht op uitzetting naar Nigeria niet ontbreekt.
- Ook in dit concrete geval geldt dat eiser geen meewerking verleent aan zijn uitzetting, geen documenten overlegt en verklaart niet te willen terugkeren.
- Dat gebrek aan medewerking wordt aan eiser toegerekend en bevestigt juist het zicht op uitzetting: hij belemmert het proces actief.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskosten: Geen vergoeding
Noten
• ECLI:NL:RVS:2022:3269
• ECLI:NL:RVS:2022:85
• ECLI:NL:RVS:2022:2210
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• Vb 2000 – artikel 5.1b lid 3 en 4