Bewaring – Bekendmaking terugkeerbesluit – juiste grondslag ophouding – schending informatieplicht zonder gevolg – ECLI:NL:RBDHA:2025:10750
Rb. Den Haag (zp Zwolle) | 01-04-2025 | NL25.12496 | Moldavische en Russische nationaliteit – beroep ongegrond – geen schadevergoeding
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Moldavische en Russische nationaliteit, is op 12 maart 2025 op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw in bewaring gesteld. Hij stelt dat:
- het terugkeerbesluit van 7 februari 2025 niet aan hem is bekendgemaakt;
- hij op de verkeerde grondslag is opgehouden;
- hij de informatiebrief niet in zijn taal heeft ontvangen;
- bewaringsgrond 3a onjuist is;
- bewaringsgrond 3c onjuist is omdat hij naar zijn gezin in Duitsland is vertrokken;
- de maatregel onevenredig bezwarend is gelet op zijn gezinsleven in Duitsland.
Overwegingen Rechtbank
1. Bekendmaking terugkeerbesluit
- Uit het besluit blijkt dat het direct aan eiser is uitgereikt.
- Volgens vaste Afdelingsjurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2011:BU2844; ECLI:NL:RVS:2023:3885) moet hiervan worden uitgegaan, tenzij eiser dit met concreet tegenbewijs weerlegt.
- Eiser heeft geen concreet tegenbewijs geleverd; bovendien erkende hij ter zitting dat hij wist dat hij Nederland binnen vier weken moest verlaten.
2. Grondslag ophouding
- Eiser werd aansluitend op strafrechtelijke heenzending opgehouden zonder identiteitsbewijs.
- De minister hoeft niet uit te gaan van tijdens strafrechtelijke detentie vastgestelde personalia.
- Onderzoek naar identiteit is verricht; ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, Vw was juist.
3. Informatieplicht (artikel 5.3 Vb)
- Uitreiking in Russische taal is niet met tegenbewijs bestreden.
- De inhoud van de brief is niet controleerbaar omdat geen afschrift in het dossier zit; hierdoor is sprake van een gebrek.
- Gebrek leidt niet tot onrechtmatigheid: eiser is mondeling geïnformeerd met tolk, kreeg kosteloze rechtsbijstand en stelde tijdig beroep in.
4. Bewaringsgronden
- Gronden 3a (illegale binnenkomst) en 3c (negeren vertrekplicht) zijn feitelijk juist.
- Vertrek naar Duitsland is niet onderbouwd als binnen de termijn uitgevoerd.
5. Lichter middel
- Niet toegepast, omdat eiser zijn vertrekplicht heeft geschonden.
6. Onevenredige bezwarendheid
- Het gezinsleven in Duitsland vormt op zichzelf geen reden om de bewaring onevenredig te achten.
7. Ambtshalve toetsing
- Geen aanwijzingen voor onrechtmatigheid.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskostenvergoeding: Geen
Noten
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• Vw 2000 – artikel 50 lid 2 en 3
• Vb 2000 – artikel 5.3
• ECLI:NL:RVS:2011:BU2844
• ECLI:NL:RVS:2023:3885