Bewaring – Voortvarend handelen – Onzorgvuldig handelen – Lichter middel – ECLI:NL:RBDHA:2025:12888
Rb. Den Haag (zp Utrecht) | 28-04-2025 | NL25.17063 | Marokkaanse nationaliteit – beroep ongegrond – geen schadevergoeding
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 11 april 2025 op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw in bewaring gesteld.
De minister baseerde de maatregel op zware gronden 3a, 3b, 3c, 3d, 3e, 3i en lichte gronden 4a, 4b, 4c, 4d van artikel 5.1b Vb. Ter zitting liet de minister lichte grond 4b vallen. Eiser betwistte gronden 3e, 3i en 4c niet; deze dragen de maatregel.
Eiser klaagt over onvoldoende voortvarend handelen, onzorgvuldig handelen en het niet toepassen van een lichter middel.
Overwegingen Rechtbank
1. Voortvarend handelen
- Eiser voerde aan dat geen laissez passer (lp) was aangevraagd.
- Uit het DT&V-journaal bleek dat op 11 april 2025 een lp-aanvraag was ingediend, maar incompleet.
- Op 17 april 2025 is, na aanvulling met nieuwe vingerafdrukken, een nieuwe aanvraag verzonden.
- Eiser liet deze beroepsgrond na toelichting door verweerder vallen.
2. Onzorgvuldig handelen
- Eiser stelt dat het kwijtraken van zijn vingerafdrukken de maatregel onrechtmatig maakt.
- De rechtbank oordeelt dat binnen een week alsnog een complete lp-aanvraag is verzonden.
- Niet gebleken dat eiser door het verlies in zijn belangen is geschaad.
3. Lichter middel
- Eiser meent dat met een meldplicht had kunnen worden volstaan.
- De minister motiveerde dat dit niet doeltreffend zou zijn, gelet op:
- eerdere onttrekkingen aan toezicht,
- de verklaring van eiser niet mee te werken aan terugkeer,
- vertrek met onbekende bestemming.
- De rechtbank acht deze motivering toereikend.
4. Ambtshalve toetsing
- Geen onrechtmatigheid tot sluiting van het onderzoek.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskostenvergoeding: Geen
Noten
• Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
• Vb 2000 – artikel 5.1b