Bewaring – Lichter middel en eerdere detentie in Noorwegen – ECLI:NL:RBDHA:2025:7985
Rb. Den Haag (zp Middelburg) | 08-05-2025 | NL25.20451 | Marokkaanse nationaliteit – betwisting gronden – kortstondige Noorse detentie – beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 29 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onder b, Vw. Verweerder stelde dat sprake is van risico op onttrekking aan toezicht, op basis van zware gronden 3a (illegale binnenkomst), 3b (onttrekking aan toezicht), en 3c (niet-naleving vertrekplicht), alsmede lichte gronden 4a t/m 4d.
Eiser voert aan dat hij via een Dublinoverdracht uit Noorwegen met een laissez-passer is teruggekeerd en zich niet aan toezicht heeft onttrokken. De gronden 3a, 3b, 4a en 4d zouden feitelijk onjuist zijn. Verweerder heeft de lichte gronden 4a en 4d ter zitting laten vallen.
Eiser stelt bovendien dat onvoldoende is gemotiveerd waarom geen lichter middel kon worden toegepast, mede gelet op zijn eerdere detentie in Noorwegen.
Overwegingen Rechtbank
1. Gronden van bewaring
- De rechtbank acht 3a en 3b feitelijk juist: eiser had geen geldig reisdocument bij binnenkomst en is na afwijzing van zijn tweede asielaanvraag zonder kennisgeving vertrokken, waarna hij in Noorwegen werd aangetroffen.
- De Dublinoverdracht op 29 april 2025 werd noodzakelijk geacht om hem opnieuw onder toezicht te stellen.
2. Lichter middel – beperkte relevantie Noorse detentie
- De rechtbank overweegt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat een lichter middel niet doeltreffend kon worden toegepast.
- Weliswaar heeft verweerder de duur van de eerdere detentie (6 t/m 28 april 2025) niet expliciet in de belangenafweging betrokken, maar de rechtbank acht deze korte periode niet doorslaggevend.
- Ook is niet gebleken van andere omstandigheden die een lichter middel hadden gerechtvaardigd.
3. Ambtshalve toets
- Geen gebreken vastgesteld in de rechtmatigheid van de maatregel gedurende de volledige duur.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond
- Verzoek om schadevergoeding: Afgewezen
- Proceskostenvergoeding: Geen
Noten
• Vw 2000 – artikel 59b lid 1 onder b
• Vb 2000 – artikel 5.1b lid 3 en 4
• ECLI:NL:RVS:2020:829 – toelichting feitelijke gronden bij bewaring