Voorlopige voorziening tegen Dublinoverdracht Bulgarije afgewezen

Dublin – Geen nieuwe elementen bij tweede aanvraag – Mantelzorg onvoldoende onderbouwd – ECLI:NL:RBDHA:2025:7992
Rb. Den Haag (zp Haarlem) | 08-05-2025 | NL25.21129 | Bulgaarse overdracht – voorlopige voorziening afgewezen


Feiten en Procesverloop

Verzoekster heeft op 28 juni 2024 een eerste asielaanvraag ingediend. Die is op 19 november 2024 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013. Het beroep is op 24 januari 2025 ongegrond verklaard; de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit op 11 maart 2025.

Op 7 mei 2025 diende verzoekster een tweede asielaanvraag in, waarin zij stelde mantelzorg te moeten verlenen aan haar ernstig zieke zus in Nederland. Tegelijkertijd verzocht zij om een voorlopige voorziening tegen de voorgenomen overdracht aan Bulgarije, die gepland stond voor 8 mei 2025.

Verweerder wees het verzoek af, omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen waren die een herbeoordeling van haar aanvraag rechtvaardigden.


Overwegingen Rechtbank

De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.

1. Geen nieuwe elementen of bevindingen
De voorzieningenrechter oordeelt dat de medische situatie van de zus zorgelijk is, maar verzoekster heeft onvoldoende onderbouwd dat haar zus exclusief afhankelijk is van haar zorg. De aanwezigheid van meerderjarige kinderen van de zus (twee met verblijfsvergunning, één nog in asielprocedure) maakt aannemelijk dat er andere mantelzorgmogelijkheden zijn. Verzoekster heeft dit niet concreet weerlegd.

Er is ook geen informatie aangevoerd over het ontbreken van alternatieve zorgvoorzieningen. In de eerdere beschikking en de uitspraak van 24 januari 2025 is dit al beoordeeld. Dat de situatie van de zus intussen is verslechterd, is niet onderbouwd met nieuwe documenten. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van verweerder dat geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen in de zin van artikel 3.1, tweede lid, onder b, Vb 2000.

2. Interstatelijk vertrouwensbeginsel
De verwijzing naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het arrest Bahaddar slaagt niet. Er is geen nieuwe feitelijke onderbouwing dat overdracht aan Bulgarije tot een onevenredige hardheid zou leiden.


Conclusie en Gevolgen

• Verzoek: voorlopige voorziening afgewezen
• Gevolg: verzoekster mag overdracht naar Bulgarije niet in Nederland afwachten
• Proceskosten: geen vergoeding


Noten

• ECLI:NL:RVS:2025:658 – bevestiging eerdere uitspraak
• Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
• Artikel 3.1, tweede lid, onder b, Vb 2000
• Arrest Bahaddar – EHRM 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder