Bewaring – Rb. Den Haag (zp Middelburg) 7-5-25. Rechtsgeldigheid terugkeerbesluit en zicht op uitzetting Algerije – ECLI:NL:RBDHA:2025:7993 – Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, Algerijnse nationaliteit (geb. [2005]), is op 25 april 2025 op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw 2000 in bewaring gesteld. Aan de maatregel zijn diverse zware gronden (waaronder illegale binnenkomst en eerdere onttrekking aan toezicht) en lichte gronden (o.a. geen vaste verblijfplaats, ontbreken middelen van bestaan) ten grondslag gelegd.
Overwegingen Rechtbank
- Rechtsgeldigheid terugkeerbesluit:
Eiser betoogde dat het terugkeerbesluit van 8 februari 2023 ongeldig is omdat verweerder geen actuele toetsing aan het non-refoulementbeginsel heeft verricht. Hij verwees naar het arrest Ararat van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2024:892) en een uitspraak van Rb. Roermond van 14 april 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6103). De rechtbank oordeelt dat van eiser mag worden verlangd dat hij gewijzigde omstandigheden stelt en onderbouwt die relevant zijn voor refoulement. Eiser bracht echter geen nieuwe feiten of landeninformatie in en trok zijn asielaanvraag van 15 april 2025 snel weer in. Ambtshalve zijn er geen aanwijzingen voor een refoulementrisico. Het terugkeerbesluit van 8 februari 2023 kan daarom aan de bewaring ten grondslag worden gelegd. - Gronden van de maatregel: De zware gronden 3a (illegale binnenkomst) en 3b (tweemaal vertrek met onbekende bestemming) zijn feitelijk juist en voldoende dragend.
- Zicht op uitzetting naar Algerije: Een laissez-passer-aanvraag is op 29 april 2025 ingediend. Het ontbreken van documenten betekent niet dat geen lp zal volgen. In 2024 zijn 125 lps verstrekt, waarvan 60 aan ongedocumenteerde Algerijnen. Eiser bracht geen concrete aanwijzingen aan dat zijn lp-traject kansloos is. Gezien de medewerkingsplicht blijft zicht op uitzetting aanwezig.
- Ambtshalve toetsing: Geen grond dat de maatregel op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en Gevolgen
Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Geen proceskostenvergoeding.
Noten
- Artikel 59 Vw 2000
- Artikel 5.1b Vb 2000
- HvJ EU 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892 (Ararat)
- Rb. Den Haag zp Roermond 14 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6103
- AbRS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829
- Rb. Den Haag zp Utrecht 10 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1699