Verweer ‘analfabeet, weg, kon oproep niet lezen’ verworpen


Bewaring – Dublin, zware gronden en lichter middel – ECLI:NL:RBDHA:2025:8119

Rb. Den Haag (zp Arnhem) | 07-05-2025 | NL25.18876 | Beroep ongegrond, geen schadevergoeding

Feiten en procesverloop

  • Eiseres (nationaliteit niet vermeld) is op 22 april 2025 op grond van art. 59a, eerste lid, Vw 2000 in bewaring gesteld.
  • Gronden: zware gronden 3a (illegale binnenkomst), 3e (onjuiste of tegenstrijdige gegevens identiteit/nationaliteit), 3k (geen medewerking aan overdracht na Dublinbesluit); lichte gronden 4c (geen vaste woon- of verblijfplaats) en 4d (geen middelen van bestaan).
  • Eiseres betwistte alle zware gronden en lichte grond 4c en stelde dat de minister had moeten volstaan met een meldplicht. Zij voerde verder aan dat de bewaring onevenredig bezwarend is vanwege zorg voor haar zieke zus en dat onvoldoende voortvarend is gehandeld omdat al eerder (12 maart 2025) een overdracht was gepland.

Overwegingen rechtbank

  • Zware gronden:
    • 3a – Feitelijk juist: eiseres is Nederland niet op voorgeschreven wijze binnengekomen. Het argument dat dit inherent is aan asielzoekers doet daar niet aan af.
    • 3e – Feitelijk juist: eiseres gaf in Bulgarije een (deels) andere naam en geboortedatum op. Dat dit in de Dublinprocedure niet expliciet is tegengeworpen en dat zij een laissez-passer kreeg, doet niet af aan de feitelijke juistheid.
    • 3k – Feitelijk juist: eiseres is niet verschenen bij de voor haar geplande overdracht op 12 maart 2025.
      Eiseres’ verweer:
      • Zij betoogde dat dit haar niet kon worden tegengeworpen, omdat het gaat om een medewerkingsplicht en niet om een vertrekplicht.
      • Zij stelde dat zij niet wist van de vlucht, omdat zij vaak niet op het AZC verbleef maar bij haar zus.
      • Ook voerde zij aan dat zij analfabeet is en de aankondigingsbrief daarom niet kon lezen.
        Rechtbank:
      • Het onderscheid tussen medewerkingsplicht en vertrekplicht doet hier niet ter zake: door niet te verschijnen heeft eiseres feitelijk geen medewerking verleend aan de overdracht.
      • Het ontbreken van kennis over de vlucht komt voor haar eigen rekening. Zij had ervoor kunnen zorgen dat de brief werd gelezen of vertaald.
      • Haar verklaring in het aanmeldgehoor dat zij niet naar Bulgarije wilde terugkeren, bevestigt dit gebrek aan medewerking.
      • Daarmee staat vast dat eiseres niet aan haar medewerkingsplicht heeft voldaan, en de grond is terecht tegengeworpen.
    • Deze drie zware gronden tezamen zijn voldoende voor de bewaring. De overige gronden behoeven geen bespreking.
  • Lichter middel: Minister hoefde niet te volstaan met een meldplicht. Het niet verschijnen bij de overdracht op 12 maart 2025 toont concreet onttrekkingsgevaar. Dat eiseres zich eerder aan een meldplicht hield, weegt niet op tegen dit feit.
  • Onevenredig bezwarend: Niet aannemelijk gemaakt dat eiseres’ zus afhankelijk is van haar zorg; zus verblijft in woonzorgcentrum en kinderen verlenen mantelzorg.
  • Voortvarend handelen: Voldoende: 23 april vertrekgesprek, onderzoek escortbegeleiding, 28 april vlucht geboekt voor 8 mei 2025. Ook bij geplande bewaring is dit voortvarend genoeg.
  • Ambtshalve toetsing: Geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten.

Conclusie en gevolgen

  • Beroep ongegrond.
  • Verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  • Geen proceskostenveroordeling.

Noten


Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder