Politie vraagt niet goed genoeg door op family life: gegrond

Door oppervlakkig gehoor en tegenstrijdigheden in de bewoordingen maatregel motiveringsgebrek

Rb. Den Haag | zp ’s-Hertogenbosch | 19-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:23410 | NL25.53958 | Vreemdelingenrecht (art. 59b Vw 2000) | Beroep gegrond

Feiten en procesverloop

Eiser (Algerijnse nationaliteit, geboren 1985) is op 31 oktober 2025 in bewaring gesteld op grond van art. 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, Vw 2000, in het kader van een terugkeerprocedure en een nieuwe asielaanvraag. De minister heeft als zware gronden tegengeworpen: 3a (onregelmatige binnenkomst), 3b (onttrekking toezicht) en 3c (niet-naleving terugkeerplicht); als lichte gronden 4a, 4b, 4c en 4d. Ter zitting heeft de minister grond 4c laten vallen.

Tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft eiser verklaard getrouwd te zijn, een zoon van zeven maanden in Nederland te hebben en bij hen in Nijmegen te wonen. In de maatregel heeft de minister de gezinssituatie beoordeeld aan de hand van de Chavez-Vilchez-afhankelijkheidstest in plaats van de vraag of sprake was van ‘family life’ onder art. 8 EVRM. Eiser betwistte de rechtmatigheid op drie gronden: onjuist toetsingskader, onzorgvuldig onderzoek en motiveringsgebrek.

Overwegingen rechtbank

Toetsingskader: De minister heeft bij de beoordeling of een lichter middel kon worden volstaan een onjuist toetsingskader gehanteerd door te toetsen of een afhankelijkheidsrelatie als bedoeld in art. 20 VWEU bestond, in plaats van eerst te beoordelen of sprake was van ‘family life’ als bedoeld in art. 8 EVRM. Onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2015:674 en ECLI:NL:RVS:2015:1309: voor toepassing lichter middel is een grondig onderzoek naar de concrete feiten en een specifieke motivering vereist; verwijzing naar bewaringsgronden alleen volstaat niet.

Onzorgvuldig onderzoek: Eiser heeft herhaaldelijk gewezen op zijn vrouw, kind en woning in Nijmegen. De verbalisanten hadden tijdens het gehoor nader moeten doorvragen. Het ontbreken van registratie in systemen sluit ‘family life’ niet uit. De aanvullende processen-verbaal herstellen de gebreken niet.

Motiveringsgebrek: De maatregel bevat interne tegenstrijdigheden: enerzijds het verblijf van het kind bij de moeder erkend en een informele omgangsregeling beschreven, anderzijds geconcludeerd dat het bestaan van het kind in Nederland niet is aangetoond. Het ontbreken van erkenning sluit zorgtaken en onderhoudsverplichting niet uit.

Conclusie en gevolgen

Oordeel: beroep gegrond; maatregel onrechtmatig van het moment van opleggen; opheffing bevolen per 19 november 2025.

Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 2.060 (2 dagen politiecel à EUR 130 + 18 dagen detentiecentrum à EUR 100).

Proceskosten: EUR 1.814.

Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

ECLI:NL:RVS:2015:674 — ABRvS 23 februari 2015: voor toepassing lichter middel is grondig onderzoek naar concrete feiten en specifieke motivering vereist; verwijzing naar bewaringsgronden alleen volstaat niet.

ECLI:NL:RVS:2015:1309 — ABRvS 10 april 2015: idem.

ECLI:EU:C:2014:1320 (Mahdi) — HvJEU 5 juni 2014: bij beoordeling lichter middel is grondig onderzoek naar concrete feiten van het individuele geval vereist.

ECLI:EU:C:2017:354 (Chavez-Vilchez) — HvJEU 10 mei 2017: afgeleid verblijfsrecht van derdelander vereist afhankelijkheidsrelatie waarbij EU-burgerkind gedwongen zou worden grondgebied te verlaten; dit is een zwaarder criterium dan ‘family life’ ex art. 8 EVRM.

Artikel 59b Vw 2000 — bewaring asielzoeker ter vaststelling identiteit/nationaliteit of beoordeling asielaanvraag.

Artikel 8 EVRM — recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven; minister dient family life te betrekken bij beoordeling lichter middel.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder