Verlengingsbesluit één dag te laat: belangenafweging niet van toepassing: bewaring onrechtmatig
ABRvS | 06-02-2026 | ECLI:NL:RVS:2026:656 | BRS.26.000100 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 sub a / 59 lid 6 Vw 2000) | Hoger beroep gegrond; beroep gegrond
Feiten en procesverloop
Appellant (nationaliteit niet vermeld) werd op 26 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw. De maximale bewaringsduur van zes maanden verstreek op 22 december 2025. De minister nam het verlengingsbesluit op 23 december 2025 — één dag te laat. Op dezelfde datum stelde appellant beroep in. Rechtbank Den Haag (zp Rotterdam) verklaarde het beroep op 6 januari 2026 ongegrond, op basis van artikel 96 Vw (vervolgberoep). De minister voerde aan dat het beroep niet in hoger beroep aanvechtbaar was (art. 84 sub a Vw). ABRvS beoordeelde ambtshalve haar bevoegdheid.
Overwegingen ABRvS
- Bevoegdheid (openbare orde): Beslissend is niet de grondslag die de rechtbank koos, maar de grondslag die zij had behoren te kiezen. Nu het verlengingsbesluit niet tijdig was genomen, was dit een eerste beroep (niet een vervolgberoep), waartegen hoger beroep openstaat. De Afdeling neemt kennis van het hoger beroep.
- Te laat verlengingsbesluit: De minister had uiterlijk op 22 december 2025 het verlengingsbesluit moeten nemen, en had moeten beoordelen of aan de verlengingsgronden was voldaan. Een verzwaarde belangenafweging (door de rechtbank aangenomen) volstaat niet als vervanging. De bewaring was met ingang van 22 december 2025 onrechtmatig.
- Ambtshalve toets: ABRvS ziet geen reden de bewaring vóór 22 december 2025 onrechtmatig te achten.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak:Hoger beroep gegrond; uitspraak rechtbank vernietigd; beroep gegrond. Bewaring al opgeheven op 29 december 2025; bevel niet nodig.
- Schadevergoeding:EUR 800 (periode 22–29 december 2025, 8 × EUR 100/dag).
- Proceskosten:EUR 1.868,–.
- Rechtsmiddel:Geen (ABRvS-uitspraak onherroepelijk).
Noten
- ECLI:NL:RVS:2018:194 — ABRvS 22 januari 2018: de minister moet vóór het verstrijken van de wettelijke termijn beoordelen of aan de verlengingsgronden is voldaan en een verlengingsbesluit nemen; een feitelijke verlenging zonder tijdig besluit wordt gelijkgesteld met een besluit waartegen beroep en hoger beroep openstaan.
Geef een reactie