Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Groningen | 27-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:11464 | NL25.25477 | Vreemdelingenrecht (Bewaring) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
- Nationaliteit: Sierra Leoonse.
- Maatregel: Bewaring op grond van art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000, opgelegd op 6 juni 2025.
- Voorgeschiedenis: Aan eiser is op 27 februari 2025 een terugkeerbesluit voor Gambia en een inreisverbod opgelegd. Op 6 juni 2025 volgde een aanvullend terugkeerbesluit voor Sierra Leone.
- Context: Eiser is vanuit Ter Apel overgebracht naar het cellencomplex in Groningen en vervolgens naar het Detentiecentrum Rotterdam. Tijdens het eerste transport is gebruikgemaakt van handboeien.
- Standpunt eiser: Eiser stelt dat hij onrechtmatig is geboeid, de maximale verblijfstermijn in de politiecel is overschreden, en dat er onvoldoende zicht op uitzetting is naar Gambia of Sierra Leone.
Overwegingen Rechtbank
- Gebruik handboeien: De rechtbank oordeelt dat het gebruik van handboeien onrechtmatig was. In het proces-verbaal ontbrak een concrete onderbouwing van het gedrag van eiser dat dit zou rechtvaardigen. “De enkele vermelding dat DV&O had aangegeven dat eiser in Ter Apel “compleet door het lint was gegaan”, zonder nadere concretisering van het gedrag van eiser of enige andere toelichting waaruit zou kunnen blijken dat sprake was van feiten en omstandigheden die het gebruik van handboeien vereisten, acht de rechtbank ontoereikend. Bovendien is het proces-verbaal opgesteld door verbalisanten die niet zelf betrokken waren bij het transport of de beslissing tot het gebruik van handboeien, maar zich hebben gebaseerd op mededelingen van de arrestantenwacht van het cellencomplex over de keuze van DV&O. De rechtbank is dan ook van oordeel dat onterecht gebruik is gemaakt van handboeien.” Rechtsregel: Handboeien mogen enkel worden gebruikt indien feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting of veiligheid (art. 22 Ambtsinstructie).
- Passeren gebrek: Ondanks het onrechtmatige boeien (gebrek in het voortraject) blijft de maatregel in stand na een belangenafweging. Rechtsregel: Een gebrek in het voortraject leidt niet tot onrechtmatigheid van de bewaring als de belangen van de openbare orde (risico op onttrekking) zwaarder wegen dan het belang van de vreemdeling (art. 6:22 Awb) .
- Zware gronden (art. 5.1b, lid 3 Vb):
- 3a: Nederland onregelmatig binnengekomen.
- 3c: Eerder terugkeerbesluit ontvangen en niet uit eigen beweging vertrokken.
- 3d: Onvoldoende meewerken aan vaststellen identiteit.
- 3i: Te kennen gegeven geen gevolg te geven aan terugkeerplicht.
- Rechtsregel: Voor het tegenwerpen van deze zware gronden is het louter vaststellen van de feitelijke juistheid ervan voldoende (conform ECLI:NL:RVS:2020:829).
- Zicht op uitzetting: Dit ontbreekt niet. Rechtsregel: De rechter toetst de rechtmatigheid van de bewaring altijd ambtshalve, waarbij ook wordt gekeken of er in algemene zin zicht op uitzetting bestaat naar de landen in het terugkeerbesluit (conform ECLI:EU:C:2022:858).
Conclusie en Gevolgen
- Oordeel: Beroep ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel blijft van kracht. Verzoek om schadevergoeding afgewezen.
- Proceskosten: Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten (€ 1.814,-) vanwege het geconstateerde gebrek (onrechtmatig boeien).