Horen ter zitting minder belangrijk dan overdracht

Rechtbank Den Haag | Zittingsplaats Rotterdam | 23-06-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:11376| NL25.25165 | Vreemdelingenrecht (Bewaring) | Beroep ongegrond


Feiten en Procesverloop

  • Nationaliteit: Niet vermeld in de uitspraak .
  • Maatregel: Bewaring op grond van art. 59a, eerste lid, Vw (Dublin-bewaring), opgelegd op 4 juni 2025.
  • Voorgeschiedenis: Oostenrijk is op 21 juni 2024 akkoord gegaan met de overname van eiser omdat zij eerder een visum aan hem hadden verleend. Op 19 december 2024 is de overdrachtstermijn verlengd wegens onderduiken.
  • Context: Eiser is op 10 december 2024 niet verschenen voor zijn geplande overdracht naar Oostenrijk. Op de dag van de zitting (18 juni 2025) stond een nieuwe vlucht gepland.
  • Standpunt eiser: Eiser stelt dat de overdrachtstermijn onrechtmatig is verlengd en dat de uitkomst van een lopende voorlopige voorziening (vovo) had moeten worden afgewacht. Daarnaast betwist hij de gronden en voert hij aan dat hij ten onrechte niet naar de zitting is vervoerd.

Overwegingen Rechtbank

  • Concreet aanknopingspunt Dublin: De rechtbank oordeelt dat door het claimakkoord en het overdrachtsbesluit aan dit criterium is voldaan . Rechtsregel: Lopende procedures tegen de mededeling van verlenging van de overdrachtstermijn doen niet af aan het bestaan van een concreet aanknopingspunt; verweerder hoeft de uitkomst van een vovo niet af te wachten .
  • Zware gronden (art. 5.1b, lid 3 Vb):
    • 3a: Nederland onregelmatig binnengekomen (zonder reisdocument).
  • 3b: Onttrekking aan toezicht (eiser verscheen niet op de overdrachtdatum van 10 december 2024).
  • 3k: Geen medewerking aan overdracht (direct gevolg van de eerdere onttrekking).
  • Lichte gronden (art. 5.1b, lid 4 Vb): Gronden 4a, 4c en 4d zijn opgelegd, maar de rechtbank bespreekt deze niet omdat de zware gronden het significant risico op onttrekking reeds voldoende onderbouwen .
  • Horen ter zitting: Eiser is niet naar de rechtbank vervoerd vanwege de geplande vlucht. Rechtsregel: Het belang van de feitelijke overdracht weegt zwaarder dan het belang van de vreemdeling om fysiek ter zitting aanwezig te zijn, mits de vreemdeling door een gemachtigde wordt vertegenwoordigd en de voortvarendheid van de overdracht in het geding is .
  • Ambtshalve toetsing: De rechtbank heeft de maatregel getoetst aan de hand van het arrest van het Hof van Justitie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858) en geen onrechtmatigheden geconstateerd .

Conclusie en Gevolgen

  • Oordeel: Beroep ongegrond.
  • Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd; verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder