Geen noodzaak te wijzen op 2 uur wachten advocaat

ECLI:NL:RBDHA:2025:12411 | Rechtbank Den Haag | zp Roermond | 20-06-2025 | NL25.25523 | Vreemdelingenrecht | Ongegrond


Feiten en Procesverloop

  • Nationaliteit: Marokkaanse (geboren op 18 december 1983).
  • Datum besluit: 6 juni 2025.
  • Voorgeschiedenis: Eiser beschikt thans niet over rechtmatig verblijf. Eerdere maatregelen van bewaring werden opgeheven, de laatste op 16 mei 2023 na een vruchteloze bewaringsperiode.
  • Context: Eiser werd op 6 juni 2025 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, Vw 2000 (identiteit onbekend). De maatregel van bewaring is gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000.
  • Standpunten: Eiser stelt dat de ophouding onjuist was (identiteit was bekend) en dat zijn recht op consulaire en rechtsbijstand is geschonden. Hij betoogt tevens dat zicht op uitzetting ontbreekt door eerdere vruchteloze trajecten.

Overwegingen Rechtbank

  • Ophouding en Procesrechten: De ophouding op artikel 50, tweede lid, Vw 2000 was rechtmatig; het niet kunnen overleggen van een fysiek identiteitsbewijs volstaat. Er is geen sprake van schending van het recht op rechtsbijstand, aangezien eiser expliciet heeft afgezien van een advocaat tijdens het gehoor.
  • Gronden van bewaring:
    • Zware gronden (art. 5.1b, lid 3 Vb):
      • 3b: Eiser heeft de meldplicht niet nageleefd en zijn onrechtmatige verblijf niet gemeld.
      • 3c: Eiser heeft geen gehoor gegeven aan een eerdere aanzegging om Nederland te verlaten.
      • 3h: Er is een inreisverbod tegen eiser uitgevaardigd.
    • Lichte gronden (art. 5.1b, lid 4 Vb): 4c (geen vaste woon- of verblijfplaats) en 4d (onvoldoende middelen van bestaan).
  • Jurisprudentie-extractie:
    • Rechtsbijstand: Wanneer een vreemdeling ondubbelzinnig verklaart geen behoefte te hebben aan een advocaat bij het gehoor, hoeft de minister niet te wijzen op de wachttermijn van twee uur (ECLI:NL:RVS:2021:2300).
    • Zicht op uitzetting: Een tussenliggende periode van twee jaar sinds de laatste bewaring is zodanig lang dat eerdere belemmeringen voor uitzetting niet meer doorslaggevend zijn voor de huidige maatregel (ECLI:NL:RVS:2008:BC7780).

Conclusie en Gevolgen

  • Oordeel: Beroep ongegrond.
  • Gevolgen: De maatregel blijft gehandhaafd; verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder