ECLI:NL:RVS:2025:2760 | Raad van State | 20-06-2025 | 202304249/1/V3 | Vreemdelingenrecht | Gegrond
Feiten en Procesverloop
- Nationaliteit: Poolse (EU-burger).
- Context: Betrokkene heeft een onherroepelijk verwijderingsbesluit (2021). Na meerdere uitzettingen en terugkeer volgde bewaring op 8 juni 2023 (asiel) en 19 juni 2023 (regulier). Hij heeft bewijs kortdurende inschrijving uitzendbureau in Polen. Volgens minister onvoldoende: hij zwierf mogelijk in Nederland. Rechtbank gaat uit van een jaar afwezigheid in Nederland.
- Kernvraag: Is voldaan aan het verwijderingsbesluit door fysieke afwezigheid, waardoor bij terugkeer een nieuw verblijfsrecht ontstond?
Overwegingen Afdeling: Verschil in Beoordeling
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens een onjuiste juridische weging van de feiten:
- Rechtbank: Focuste op de duur van de afwezigheid (ruim een jaar) en concludeerde dat het verblijf effectief was beëindigd.
- Afdeling: Focust op de kwaliteit van de afwezigheid. Onder verwijzing naar het arrest F.S. (ECLI:EU:C:2021:506) stelt de Afdeling dat de vreemdeling aannemelijk moet maken dat zijn nieuwe verblijf geen “voortzetting” is van het oude verblijf.
Specifieke Indicatoren voor “Effectieve Beëindiging”
De Afdeling benoemt (conform punt 2 van de uitspraak) de volgende elementen die in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld om vast te stellen of het verblijf daadwerkelijk is beëindigd:
- Tijdsduur: De duur van de periode dat de Unieburger buiten het grondgebied heeft verbleven (louter tijdsverloop is echter niet doorslaggevend).
- Verbreken van banden: Concrete bewijzen dat de relatie met de gastlidstaat is beëindigd, zoals:
- Verzoek om schrapping uit het bevolkingsregister (BRP).
- Beëindiging van een huurovereenkomst.
- Opzegging van nutscontracten (water, elektriciteit).
- Uitschrijving bij arbeidsbemiddelingsdiensten.
- Het meenemen van de inboedel (verhuizing).
- Verplaatsing centrum van belangen: Aanwijzingen dat de burger zijn persoonlijke, professionele of familiebelangen naar een andere lidstaat heeft overgebracht.
- Aard van de terugkeer: Indien de burger kort na het verstrijken van de vertrektermijn terugkeert in dezelfde situatie (bijv. dakloosheid), duidt dit op een voortzetting van het oude verblijf.
Conclusie en Gevolgen
- Oordeel: Hoger beroep minister gegrond. De uitspraak van de rechtbank is vernietigd.
- Status: Betrokkene herwon geen rechtmatig verblijf omdat aan bovenstaande indicatoren niet werd voldaan. De bewaring op art. 59b en art. 59 Vw was derhalve rechtmatig.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Rechtsmiddel: Geen rechtsmiddel openstaand.
Noten
- ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:2760
- Jurisprudentie: ECLI:EU:C:2021:506 (Hof van Justitie – F.S.)
- Wetgeving: Art. 59 Vw 2000 | Art. 15 Verblijfsrichtlijn