Dublin – Polen – ECLI:NL:RBDHA:2025:10793
Rechtbank Den Haag | zp Arnhem | 20-06-2025 | NL25.13790 | Dublin (Polen) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
- Achtergrond: Eiseres heeft op 4 januari 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
- Besluit: Bij besluit van 21 maart 2025 heeft de minister de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van het asielverzoek.
- Proces: Eiseres heeft beroep ingesteld. De zaak is op 20 mei 2025 behandeld door een meervoudige kamer.
- Standpunt eiseres: Eiseres betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen niet langer houdbaar is. Zij verwijst naar gewijzigde Poolse wetgeving die de opschorting van het asielrecht mogelijk maakt, berichtgeving over pushbacks en een beweerde “Dublinstop” door de Poolse autoriteiten.
Overwegingen Rechtbank
- Interstatelijk vertrouwensbeginsel en wetswijziging: Polen heeft wetgeving ingevoerd om het recht op asiel aan de grens met Wit-Rusland tijdelijk (maximaal 60 dagen) op te schorten vanwege nationale veiligheid en migratiedruk. De rechtbank oordeelt dat deze wetgeving Dublinclaimanten niet raakt.
- Rechtsregel: Objectieve informatie over tekortkomingen in de asielprocedure aan de grens (zoals pushbacks) leidt niet noodzakelijkerwijs tot het oordeel dat een Dublinclaimant niet kan worden overgedragen. Alleen systeemfouten die voor de Dublinclaimant resulteren in een behandeling in strijd met artikel 4 van het EU Handvest maken overdracht onmogelijk (ECLI:EU:C:2024:195 en ECLI:NL:RVS:2024:3455).
- Pushbacks en Dublinoverdracht: Er is geen bewijs dat Dublinclaimanten na overdracht het risico lopen slachtoffer te worden van pushbacks. Een Dublinoverdracht geschiedt via overleg tussen lidstaten en betreft een legale, geregistreerde binnenkomst. Bovendien heeft Polen met het claimakkoord gegarandeerd de aanvraag in behandeling te nemen.
- Hanteert Polen een Dublinstop?: De stelling dat Polen geen Dublinclaimanten meer accepteert, wordt weerlegd door feitelijke informatie van de minister. Sinds de berichtgeving zijn er nog steeds claimakkoorden ontvangen en zijn overdrachten geëffectueerd.
- Discretionaire bevoegdheid (art. 17 Dublinverordening): De minister hoefde de aanvraag niet onverplicht aan zich te trekken. De persoonlijke ervaringen van eiseres (trauma, gebrek aan zorg en discriminatie in Polen) zijn niet met documenten onderbouwd.
- Rechtsregel: Wanneer een vreemdeling zich bij artikel 17 beroept op omstandigheden die al zijn beoordeeld in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mag de minister bij de motivering verwijzen naar zijn standpunt daarover (ECLI:NL:RVS:2025:2595).
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Gevolgen: De minister mag eiseres overdragen aan Polen voor de behandeling van haar asielaanvraag.
- Proceskosten: Geen proceskostenvergoeding.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na verzending van de uitspraak.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2024:3455 (Vertrouwensbeginsel Polen en pushbacks)
- ECLI:NL:RVS:2025:1247 (Beoordeling plannen asielstop Polen)
- ECLI:EU:C:2024:195 (Arrest X over ondeelbaarheid vertrouwensbeginsel)
- ECLI:NL:RVS:2025:2595 (Motivering art. 17 Dublinverordening)
- Dublinverordening (EU) nr. 604/2013