Vervolgberoep bewaring – Marokko – ECLI:NL:RBDHA:2025:10739
Rechtbank Den Haag | zp Groningen | 19-06-2025 | NL25.25033 | Bewaring (art. 59 Vw) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
- Nationaliteit en Maatregel: Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij is op 11 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000.
- Toetsingsperiode: Dit betreft een vervolgberoep. Een eerdere uitspraak van 9 mei 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:8081) oordeelde dat de bewaring tot 2 mei 2025 rechtmatig was. Deze procedure toetst de rechtmatigheid vanaf 2 mei 2025.
- Standpunten eiser:
- Zicht op uitzetting: Ontbreekt, omdat het Laissez-Passer (lp)-traject al een jaar loopt en de Marokkaanse autoriteiten op 2 mei 2025 opnieuw om een dactyloscopisch profiel hebben verzocht.
- Voortvarendheid: Er is onvoldoende voortvarend gehandeld bij het verwerken van het nieuwe verzoek om vingerafdrukken.
- Medische zorg: Eiser stelt dat hem noodzakelijke logopedie wordt onthouden, wat de bewaring onrechtmatig maakt.
Overwegingen Rechtbank
- Zicht op uitzetting: Het lp-traject loopt sinds 13 juni 2024. De rechtbank oordeelt dat het recente verzoek van de Marokkaanse autoriteiten om een nieuw dactyloscopisch profiel juist aantoont dat de aanvraag nog in onderzoek is. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat er geen lp zal worden afgegeven.
- Rechtsregel: De minister is bij de afgifte van reisdocumenten afhankelijk van de medewerking van buitenlandse autoriteiten; een langlopend traject betekent niet per definitie dat zicht op uitzetting ontbreekt.
- Voortvarendheid: De minister heeft voldoende voortvarend gehandeld. Na het verzoek van 2 mei 2025 heeft de minister op 8 mei de melding verwerkt, op 9 mei een gesprek gevoerd, op 12 mei vingerafdrukken afgenomen en op 15 mei de gegevens naar de Marokkaanse autoriteiten verzonden.
- Medische omstandigheden (Logopedie): Onder verwijzing naar de uitspraak van 9 mei 2025 stelt de rechtbank vast dat er geen medische onderbouwing is waaruit blijkt dat het uitblijven van logopedie een direct gezondheidsrisico vormt. De belangen van de minister bij de bewaring wegen zwaarder dan het belang van eiser bij deze specifieke paramedische behandeling.
- Ambtshalve toetsing: De rechtbank ziet ambtshalve geen gronden voor onrechtmatigheid van de voortdurende bewaring.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8081 (Eerdere uitspraak rechtmatigheid bewaring eiser)
- Artikel 59 Vreemdelingenwet 2000