Bewaring – Algerije – ECLI:NL:RBDHA:2025:10872
Rechtbank Den Haag | zp Groningen | 20-06-2025 | NL25.24441 & NL25.24633 | Bewaring | Vervolgberoep gegrond / Eerste beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
- Nationaliteit en Maatregel I: Eiser (Algerijnse nationaliteit) is op 6 mei 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw 2000 (asielbewaring).
- Asielbesluit: Op 29 mei 2025 is de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
- Maatregel II: De minister heeft de asielbewaring op 2 juni 2025 (13:40 uur) opgeheven en eiser direct opnieuw in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 (bewaring voor uitzetting).
- Kern van het geschil: Eiser stelt dat de omzetting van de maatregel te laat heeft plaatsgevonden en dat de minister te kwader trouw handelde door de grondslag pas na indiening van het vervolgberoep te wijzigen.
Overwegingen Rechtbank
- Vervolgberoep (Maatregel I) – Te late omzetting: De rechtbank stelt vast dat de grondslag voor asielbewaring (59b) vervalt zodra op de asielaanvraag is beslist. Volgens vaste rechtspraak heeft de minister dan maximaal twee dagen om de maatregel om te zetten. Aangezien het asielbesluit op 29 mei viel, had de nieuwe maatregel uiterlijk op 31 mei 2025 moeten worden opgelegd. De minister heeft erkend dat de omzetting op 2 juni te laat was.
- Gevolg: De bewaring is onrechtmatig over de periode van 1 juni 2025 tot 2 juni 2025 (13:40 uur).
- Eerste beroep (Maatregel II) – Arrest Bouskoura: Eiser voert aan dat de minister te kwader trouw handelde door de grondslag bewust pas te wijzigen om rechtsmiddelen te frustreren. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van misleiding of kwade trouw in de zin van het arrest Bouskoura (HvJ EU C-373/23). De vertraging (mede door het weekend) was onzorgvuldig, maar vormt geen bewuste omzeiling van de Unierechtelijke bewaringsvoorwaarden.
- Bewaringsgronden Maatregel II: De zware gronden 3a (onregelmatige binnenkomst) en 3b (onttrekking aan toezicht) zijn feitelijk juist en onbetwist. Deze gronden rechtvaardigen de nieuwe maatregel vanaf 2 juni 2025.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Vervolgberoep (Maatregel I) gegrond; Eerste beroep (Maatregel II) ongegrond.
- Schadevergoeding: Toegekend voor 2 dagen onrechtmatige bewaring: € 200,-.
- Proceskosten: De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser ad € 1.814,-.
- Rechtsmiddel: Tegen het ongegronde deel (Maatregel II) staat hoger beroep open bij de ABRvS binnen één week. Tegen het gegronde deel (Maatregel I) staat geen rechtsmiddel open.
Noten
- Arrest Bouskoura – HvJ EU C-373/23 (Verbod op omzeiling bewaringsvoorwaarden)
- Artikel 59 en 59b Vreemdelingenwet 2000
- ECLI:NL:RVS:2025:232 (Model M113 is geen besluit)