Tijdens straf 5 maanden geen uitzettingshandeling. Te weinig inspanning

Bewaring – Schending inspanningsverplichting – ECLI:NL:RBDHA:2025:10813

Rb. Den Haag (zp Den Haag) | 05-06-2025 | NL25.24087 en NL25.24088 | Bewaring – inspanningsverplichting | Beroep gegrond

Feiten en Procesverloop

De Minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 20 mei 2025 twee besluiten genomen: een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn met een inreisverbod voor twee jaar (bestreden besluit 1) en een bewaringsbesluit (bestreden besluit 2) op basis 59-1a Vw.

Eiser heeft eerder een terugkeerbesluit ontvangen van 8 november 2024 met een vertrektermijn van 28 dagen. Van 14 december 2024 tot 20 mei 2025 (ruim vijf maanden) verbleef eiser in strafrechtelijke detentie.

De rechtbank heeft de beroepen op 5 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. M. Garabitian (gemachtigde van eiser) en mr. H.S. van Wessel (gemachtigde van verweerder).

Standpunt eiser: Eiser betoogde dat het terugkeerbesluit zonder vertrektermijn onbevoegd was opgelegd omdat het eerdere besluit nog van kracht was. Het inreisverbod voor twee jaar is onrechtmatig omdat eiser familierelaties in Nederland en Portugal heeft. De bewaring is onrechtmatig wegens schending van de inspanningsverplichting.

Standpunt verweerder: Verweerder verdedigde de rechtmatigheid van beide besluiten.

Overwegingen Rechtbank

Terugkeerbesluit (bestreden besluit 1): De rechtbank oordeelde dat verweerder onbevoegd heeft gehandeld door een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn op te leggen, omdat het terugkeerbesluit van 8 november 2024 met een vertrektermijn van 28 dagen nog van kracht was en niet was ingetrokken. Het beroep tegen bestreden besluit 1 werd gegrond verklaard.

Inreisverbod: De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond omdat eisers gestelde familierelaties in Nederland en Portugal onvoldoende waren geconcretiseerd en geen beschermenswaardig familieleven aantoonden.

Bewaring (bestreden besluit 2): De rechtbank oordeelde dat verweerder gedurende eisers strafrechtelijke detentie van ruim vijf maanden geen enkele uitzettingshandeling heeft verricht. Deze passiviteit betekende een ernstige schending van de inspanningsverplichting om de vrijheidsontneming zo kort mogelijk te houden. De bewaring was daarom vanaf het moment van opleggen onrechtmatig.

Conclusie en Gevolgen

Uitspraak:

  • Beroep tegen terugkeerbesluit zonder vertrektermijn: gegrond
  • Beroep tegen inreisverbod: ongegrond
  • Beroep tegen bewaring: gegrond

Opheffing bewaring: De rechtbank beveelde opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 5 juni 2025.

Schadevergoeding: € 1.730,- (1 dag politiecel à € 130,- + 16 dagen detentiecentrum à € 100,- per dag).

Proceskosten: € 1.814,- (2 punten à € 907,- per punt).

Noten

Relevante wetgeving:

  • Artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (bewaring)
  • Artikel 106 Vreemdelingenwet 2000 (schadevergoeding)
  • Artikel 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000 (zware gronden)

Jurisprudentie: Vaste rechtspraak over inspanningsverplichting bij vreemdelingendetentie

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder