Bewaring – Motivering onttrekkingsrisico – ECLI:NL:RBDHA:2025:14212
Rb. Den Haag | Zittingsplaats Zwolle | 28-07-2025 | NL25.32908, 25.33558 | Bewaring | Beroep gedeeltelijk gegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Oezbeekse nationaliteit, heeft op 18 juli 2025 een terugkeerbesluit, inreisverbod voor de duur van twee jaar en maatregel van bewaring opgelegd gekregen. Tijdens het vertrekgesprek van 14 juli 2025 gaf eiser aan vrijwillig te willen vertrekken naar Oezbekistan. Eiser betoogde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat in zijn specifieke geval sprake was van een onttrekkingsrisico. De minister hief de bewaring op 25 juli 2025 op.
Overwegingen Rechtbank
De rechtbank merkte op dat zij afwijkt van het toetsingskader van de Afdeling zoals dat is uiteengezet in de uitspraken van 25 maart 2020 en 25 juli 2025. De rechtbank is van oordeel dat weliswaar de wettelijke grondslag voldoet aan het Unierecht, maar dat dit onverlet laat dat iedere vrijheidsbenemende maatregel in de motivering specifiek moet zijn toegespitst op de vreemdeling. Steun voor deze benadering vindt de rechtbank in de conclusie van Advocaat-Generaal Rantos van 5 september 2024, die overweegt dat situaties waarin vrijheidsbeneming is toegestaan restrictief worden uitgelegd, aangezien het om uitzonderingen op het grondrecht op vrijheid en veiligheid gaat (artikel 6 Handvest EU). De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom in het specifieke geval van eiser sprake was van een onttrekkingsrisico, ondanks dat eisers verklaringen vrijwilligheid tot vertrek aantoonden.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is ongegrond. Het beroep tegen de maatregel van bewaring is gegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring was vanaf het moment van opleggen onrechtmatig.
- Schadevergoeding: 800 euro voor 8 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming.
- Proceskosten: 907 euro (1 punt beroepschrift).
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:14212
- Artikel 59 Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000
- Artikel 6 Handvest van de grondrechten van de EU
- Aanbeveling (EU) 2017/432