Bewaring – Voortvarend handelen Dublinoverdracht Bulgarije – ECLI:NL:RBDHA:2025:13973
Rb. Den Haag | Zittingsplaats Middelburg | 29-07-2025 | NL25.31708 | Bewaring | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser, van Syrische nationaliteit, geboren in 2002, heeft op 13 juni 2025 de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd gekregen. De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf 25 juni 2025. Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de overdracht naar Bulgarije en dat escortes niet gemotiveerd waren. De geplande overdracht op 16 juli 2025 kon niet plaatsvinden wegens capaciteitstekort bij de Koninklijke Marechaussee. Uiteindelijk vond overdracht plaats op 23 juli 2025.
Overwegingen Rechtbank
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder bij besluit van 30 juni 2025 eisers asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, op 3 juli 2025 de vluchtaanvraag heeft verzonden, op 4 juli 2025 de opdracht heeft doorgezet en op 7 juli 2025 een vertrekgesprek heeft gehouden. Het enkele feit dat de geplande overdracht op 16 juli 2025 geen doorgang kon vinden wegens een gebrek aan capaciteit bij de Koninklijke Marechaussee geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Of een escorte nodig is om een veilige en ordelijke uitzetting te garanderen is afhankelijk van de inschatting van de feitelijke risicos en hoeft verweerder niet nader te motiveren in het kader van de maatregel van bewaring.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring was rechtmatig.
- Proceskosten: Geen vergoeding.
Noten