Misbruik procesrecht. Korte aanvultermijn correct

Voorlopige voorziening – Overdracht naar Zweden – ECLI:NL:RBDHA:2025:11673

Rb. Den Haag, zittingsplaats Groningen (piketzitting) | 02-07-2025 | NL25.29144 | Verzoek: afgewezen

Feiten en Procesverloop

Verzoekster diende op 2 juli 2025 een aanvraag voor verblijf bij partner in, maar deze was onvolledig. De Minister van Asiel en Migratie gaf dezelfde dag aan welke stukken ontbraken (samenwoning, relatieverklaring, inkomensvereiste) en stelde verzoekster in de gelegenheid aan te vullen, maar verzoekster deed dit niet.

De minister nam de aanvraag op 2 juli 2025 niet in behandeling op grond van artikel 4:5, lid 1, onder c, Awb. De minister stelde dat verzoekster sinds december 2024 wist niet meer in Nederland te mogen zijn maar pas op 2 juli 2025 aanvraag indiende, wat frustratie van uitzetting aantoont.

Bij eerdere uitspraak van 22 januari 2025 was het beroep door Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, na een eerder getroffen voorlopige voorziening ongegrond verklaard.

De overdracht naar Zweden was gepland voor 3 juli 2025 in de ochtend per vliegtuig.

Overwegingen Voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster voldoende tijd heeft gehad om de aanvraag te completeren. In hetgeen verzoekster aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd was geen grond gelegen voor het oordeel dat niet van de rechtmatigheid van de overdracht en de wijze waarop deze wordt geëffectueerd kan worden uitgegaan.

De voorzieningenrechter verwees naar:

  • De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:837
  • De uitspraak van Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 4 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8453, r.o. 7.2

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
  • Gevolgen: De overdracht naar Zweden kon doorgang vinden zoals gepland op 3 juli 2025.

Noten

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:11673
  • Artikel 4:5, lid 1, onder c, Algemene wet bestuursrecht
  • Artikel 3.1, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000
  • ECLI:NL:RVS:2019:837 (frustratie uitzetting)
  • ECLI:NL:RBDHA:2023:8453

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder