Korte schending inspanningsverplichting: bewaring toch rechtmatig
Rb. Den Haag | zp Amsterdam | 17-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:5853 | NL26.6861 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 sub a Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (Poolse nationaliteit, geb. 2001) was van 1 tot en met 6 februari 2026 in strafrechtelijke detentie. Op 6 februari 2026 legde de minister bewaring op grond van artikel 59 lid 1 sub a Vw op, aansluitend aan die strafdetentie. Eiser stelde dat de minister tijdens de voorafgaande strafrechtelijke detentie zijn inspanningsverplichting had geschonden.
Overwegingen rechtbank
- Schending inspanningsverplichting erkend:Ingevolge paragraaf A5/6.12 Vreemdelingencirculaire 2000 moet worden voorkomen dat vreemdelingen na strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. De minister had gedurende de 6 dagen strafdetentie al moeten beginnen met het regelen van eisers uitzetting.
- Geen automatische onrechtmatigheid:Schending maakt de maatregel niet reeds daardoor onrechtmatig; er is ruimte voor een belangenafweging.
- Belangenafweging in voordeel minister:De schendingsperiode betrof slechts zes dagen; de afweging valt uit in het voordeel van de minister.
- Ambtshalve toetsing:Geen grond voor onrechtmatigheid.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak:Beroep ongegrond.
- Schadevergoeding:Afgewezen.
- Proceskosten:Geen vergoeding.
- Rechtsmiddel:Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week.
Geef een reactie