Paniekaanvallen, kwetsbare vrouw, Argentijnse psycholoog onbereikbaar: voortduring onevenredig
Rb. Den Haag | zp Amsterdam | 17-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:5847 | NL26.6912 | Vreemdelingenrecht (art. 6 lid 3 Vw 2000) | Beroep gegrond
Feiten en procesverloop
Eiseres (Colombiaanse nationaliteit, geb. 1987) kreeg op 29 januari 2026 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 lid 3 Vw (grensdetentie in JCS). Ter zitting op 17 februari 2026 verklaarde eiseres dat zij veel stress ervaart, slecht slaapt, last heeft van paniekaanvallen (toegenomen in detentie), aanhoudende hoofdpijn en maagzuur heeft, en dat haar hiv-medicatie minder goed werkt door het eten in detentie. Zij is al langere tijd onder behandeling bij een psycholoog in Argentinë; die behandeling zou online kunnen worden voortgezet, maar in JCS beschikt zij niet over een laptop of telefoon.
Overwegingen rechtbank
- Kwetsbaarheid vastgesteld:De rechtbank stelt ter zitting vast dat eiseres erg zenuwachtig is en regelmatig huilbuien heeft. Er is geen reden te twijfelen aan de authenticiteit van haar verklaringen en emoties.
- Beleid JCS directe oorzaak:Het niet kunnen voortzetten van de psychologische behandeling is een rechtstreeks gevolg van het JCS-beleid om geen laptop of mobiele telefoon te verstrekken.
- Minister erkent kwetsbaarheid impliciet:Eiseres is als enige op een cel geplaatst, terwijl de norm bij grensdetentie in JCS twee personen per cel is.
- Conclusie:Gelet op de combinatie van deze omstandigheden acht de rechtbank eiseres te kwetsbaar voor verdere detentie. Het voortduren van de maatregel is met ingang van 17 februari 2026 onevenredig bezwarend.
- Geen terugwerkende onrechtmatigheid:De rechtbank ziet geen aanleiding de maatregel al op een eerder moment onrechtmatig te achten.
Conclusie en gevolgen
- Uitspraak:Beroep gegrond; maatregel opgeheven met ingang van 17 februari 2026.
- Schadevergoeding:Afgewezen — de maatregel werd onrechtmatig op dezelfde dag als de opheffing.
- Proceskosten:EUR 1.868,–.
- Rechtsmiddel:Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Geef een reactie