Spaans kind erkend: terugkeer naar Senegal strijdig met art. 20 TFEU en art. 8 EVRM
Rb. Den Haag | zp Zwolle | 20-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:3598 | NL26.7298 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000) | Beroep gegrond
Feiten en procesverloop
Eiser (Senegalese nationaliteit) heeft een minderjarig kind (22 maanden) met de Spaanse nationaliteit, wonend in Spanje. Bewaring opgelegd op 6 februari 2026. Op 18 februari 2026 legde eiser ter zitting aanvullende stukken over (Spaanse geboorteakte, bevolkingsregisterinschrijvingen, ID-kaart kind, foto's). De minister betwistte de verwantschap ter zitting niet meer. Zitting op 19 februari 2026.
Overwegingen rechtbank
- Terugkeer naar Senegal strijdig met gezinsleven (art. 8 EVRM) en art. 20 TFEU: Nu de verwantschap niet meer wordt betwist, staat vast dat er beschermenswaardig gezinsleven bestaat. De minister kan niet verlangen dat eisers Spaans kind hem via bezoek in Senegal ziet — dat ondermijnt het nuttig effect van art. 20 TFEU. Op grond van het Chavez-Vilchez arrest (ECLI:EU:C:2017:354) kan eiser in Spanje een afgeleid verblijfsrecht ontlenen; dit is declaratoir en behoeft geen voorafgaande bevestiging door Spanje. Verwijzing naar ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar).
- Onrechtmatigheid vanaf 18 februari 2026: Eerder kon de minister de nieuwe stukken niet meewegen.
Conclusie en gevolgen
- Oordeel: Beroep gegrond; maatregel onrechtmatig vanaf 18 februari 2026; opheffing per 20 februari 2026.
- Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 360,– (3 dagen × EUR 120,–/dag).
- Proceskosten: EUR 1.868,– ten laste van de minister.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:EU:C:2017:354 — HvJ EU 10 mei 2017 (Chavez-Vilchez): derdelander-ouder van Unieburger-kind kan afgeleid verblijfsrecht ontlenen aan art. 20 TFEU.
- ECLI:EU:C:2025:647 — HvJ EU 4 september 2025 (Adrar): bevaringsrechter toetst ambtshalve belang van het kind en gezinsleven.
Geef een reactie