Adrar: Non-refoulement-beoordeling ontbreekt in besluit: achteraf niet herstelbaar

Non-refoulementbeoordeling ontbreekt in besluit: achteraf niet herstelbaar

Rb. Den Haag | zp Den Haag | 23-02-2026 | ECLI:NL:RBDHA:2026:3609 | NL26.7966 | Vreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000) | Beroep gegrond

Feiten en procesverloop

Nationaliteit eiser: niet vermeld. Op 22 januari 2026 overgedragen door Duitsland aan Nederland; eiser diende diezelfde dag zijn vierde asielaanvraag in. Op 2 februari 2026 verklaarde de minister de aanvraag niet-ontvankelijk (geen relevante nieuwe elementen). Op 3 februari 2026 hoorde verweerder eiser (die aangaf te vrezen voor rebellengroep M23 en problemen van zijn broer) en legde aansluitend de maatregel op. Dat was voor de Afdelingsuitspraak over Adrar van 12 februari.

Overwegingen rechtbank

  • Adrar-norm: Het HvJ EU oordeelde op 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647, Adrar) dat de bevaringsrechter ambtshalve moet nagaan of het non-refoulementbeginsel aan uitzetting in de weg staat. De ABRvS werkte dit uit in haar uitspraak van 12 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:329, r.o. 8.3 en 10): als de minister zijn standpunt niet of niet deugdelijk heeft gemotiveerd in het bewaaringsbesluit, moet de rechter het beroep gegrond verklaren. Daarvoor is niet vereist dat de vreemdeling zelf de stelling inneemt.
  • Besluit bevat geen beoordeling: Het bestreden besluit (3 februari 2026) bevat geen overweging waaruit blijkt dat verweerder heeft beoordeeld of er een reëel risico op verboden behandelingen bestaat. Verweerder erkende dit ter zitting.
  • Achteraf herstellen niet mogelijk: Verweerder wees op de asielafwijzing van 2 februari 2026. De rechtbank oordeelt dat dit betoog op zich juist is, maar niet afdoende: het bewaringsbesluit zelf moet blijk geven van de beoordeling. Een overweging waaruit de beoordeling impliciet kan worden afgeleid ontbreekt volledig.
  • Verweerders excuus verworpen: De ABRvS-uitspraak van 12 februari 2026 dateert van na het bestreden besluit, maar de verplichting volgt reeds uit Adrar (4 september 2025) en het al lang bestaande art. 5 Terugkeerrichtlijn.
  • Geen ruimte voor belangenafweging: Waar de beoordeling geheel ontbreekt, is er geen mogelijkheid het gebrek te helen.

Conclusie en gevolgen

  • Oordeel: Beroep gegrond; maatregel onrechtmatig vanaf dag van oplegging; opheffing per uitspraakdatum.
  • Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 2.520,– (21 dagen × EUR 120,–/dag).
  • Proceskosten: EUR 1.868,– ten laste van verweerder.
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

  1. ECLI:NL:RVS:2026:329 — ABRvS 12 februari 2026 (r.o. 8.3, 10): als de minister de non-refoulementbeoordeling niet of niet deugdelijk in het bewaaringsbesluit heeft opgenomen, verklaart de bevaringsrechter het beroep gegrond; achteraf herstellen ter zitting is niet mogelijk.
  2. ECLI:EU:C:2025:647 — HvJ EU 4 september 2025 (Adrar): bevaringsrechter toetst ambtshalve — ook zonder stellingname van de vreemdeling — of non-refoulementbeginsel aan uitzetting in de weg staat.

Geef een reactie

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder