Gambia – Vervolgberoep bewaring – Zicht op uitzetting – ECLI:NL:RBDHA:2025:17065
Rb. Den Haag, zittingsplaats Rotterdam | 29-08-2025 | NL25.38588 | Vervolgberoep bewaring: ongegrond
Feiten en Procesverloop
De Minister van Asiel en Migratie heeft op 3 maart 2025 aan eiser, een Gambiaanse vreemdeling, een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft op 15 augustus 2025 vervolgberoep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het vooronderzoek gesloten op 22 augustus 2025. Het verzoek van eiser om in persoon te worden gehoord werd niet ingewilligd, nu eiser zijn verzoek uitsluitend baseerde op algemene waarborgen van het recht op een eerlijk proces zonder specifieke motivering.
Het betreft een vierde vervolgberoep. De bewaring is eerder beoordeeld in de uitspraken van 26 maart 2025 (NL25.10909), 9 mei 2025 (NL25.19223), 24 juni 2025 (NL25.25972) en 8 augustus 2025 (NL25.33906). In die laatste uitspraak is vastgesteld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 6 augustus 2025 rechtmatig was.
Eiser voerde de volgende beroepsgronden aan:
- De rechterlijke toets in een vervolgberoep dient zich uit te strekken over de gehele periode van inbewaringstelling, nu de Terugkeerrichtlijn het begrip vervolgberoep niet kent.
- Eiser dient te beschikken over het volledige dossier van alle voorafgaande procedures (equality of arms).
- Zicht op uitzetting naar Gambia ontbreekt vanwege structurele defecten in het Gambiaanse biometrische vingerafdruksysteem, waardoor geen laissez-passer kan worden afgegeven.
- Verweerder handelt onvoldoende voortvarend.
- Verweerder heeft geen kenbare belangenafweging gemaakt in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.
Overwegingen Rechtbank
Omvang toetsing vervolgberoep (r.o. 3-5)
De rechtbank beperkt haar toetsing tot de periode vanaf 6 augustus 2025. Dat de Terugkeerrichtlijn het begrip vervolgberoep niet kent, maakt de nationale rechtspraktijk niet in strijd met die richtlijn. Uit artikel 47 van het EU Handvest vloeit geen recht voort op een steeds hernieuwde rechterlijke toets over de gehele detentieperiode; dit zou bovendien in strijd zijn met het beginsel van gezag van gewijsde.
Volledigheid dossier (r.o. 6-7)
Eiser heeft recht op de voor dit vervolgberoep relevante stukken, maar niet op het gehele bewaringsdossier uit alle voorafgaande procedures. Voor de beoordeling van het voortduren zijn voldoende stukken aanwezig. Van schending van het beginsel van equality of arms of de rechten van verdediging is geen sprake.
Zicht op uitzetting (r.o. 8-9)
Eiser weigert terug te keren naar Gambia en weigert mee te werken aan een presentatie in persoon bij de Gambiaanse autoriteiten, zoals blijkt uit het vertrekgesprek van 12 augustus 2025. Op eiser rust de verplichting volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting. Nu eiser hieraan niet voldoet, bestaat geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt.
Voortvarend handelen (r.o. 10-11)
Alle 38 rappels bij de Gambiaanse autoriteiten dateren van vóór 6 augustus 2025 en zijn in eerdere vervolgberoepen al beoordeeld. Er bestaat geen aanleiding te twijfelen aan de informatie in de voortgangsrapportage, zodat nadere onderbouwing met bewijsstukken niet vereist is. Het vertrekgesprek van 12 augustus 2025 maakt dat verweerder voldoende voortvarend handelt.
Evenredigheid (r.o. 12-13)
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zich in de te toetsen periode gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan die aanleiding geven voor het oordeel dat het risico op onttrekking aanzienlijk is afgenomen of dat de maatregel onevenredig bezwarend is geworden.
Ambtshalve toetsing (r.o. 14)
De rechtbank toetst ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden overeenkomstig ECLI:EU:C:2022:858 (HvJEU 8 november 2022, C, B en X). Ook deze toets levert geen grond op voor onrechtmatigheid.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het beroep is ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft voortduren.
- Schadevergoeding: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
- Proceskosten: Geen proceskostenveroordeling.
- Rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open op grond van artikel 96, derde lid, Vreemdelingenwet 2000.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17065
- Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 96, derde lid, Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 47 EU Handvest van de grondrechten
- Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG)
- ECLI:EU:C:2022:858 (HvJEU 8 november 2022, C, B en X)
- ECLI:EU:C:2008:223 (HvJEU 15 april 2008, Impact)