Dublin – Onjuiste grondslag staandehouding – Proceskosten – ECLI:NL:RVS:2025:4068
RvS | 27-08-2025 | BRS.25.000413 | Hoger beroep appellant: gegrond (proceskosten) Rb. Den Haag, zittingsplaats Middelburg | 11-04-2025 | NL25.14910 | Beroep: ongegrond
Feiten en Procesverloop
De Minister van Asiel en Migratie heeft appellant op 25 maart 2025 staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid, Vw en vervolgens opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, Vw. Hierop volgde een bewaring. Bij uitspraak van 11 april 2025 verklaarde de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, het beroep ongegrond en wees het schadevergoedingsverzoek af.
Appellant betoogde in hoger beroep — vertegenwoordigd door mr. F. Boone — dat hij als Dublinclaimant nog rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder m, Vw en dat de staandehouding en ophouding op grond van artikel 50a Vw hadden moeten plaatsvinden.
Overwegingen Raad van State
De Afdeling stelde vast dat appellant niet met onbekende bestemming was vertrokken maar dat een TBBA-formulier was opgesteld. Appellant had dus nog rechtmatig verblijf en had op grond van artikel 50a Vw staande gehouden moeten worden. De minister erkende dit.
Het gebrek in de staandehouding en ophouding leidde echter niet tot onrechtmatigheid van de maatregel van bewaring zelf, omdat: (i) voor de staandehouding en ophouding wel een grondslag bestond (artikel 50a Vw), (ii) het risico op onttrekking onbetwist was, en (iii) appellant zich eerder al aan een geplande overdracht had onttrokken door tijdelijk buiten het bereik van de autoriteiten te zijn.
Nu er een gebrek in de staandehouding en ophouding is, had de rechtbank — conform ECLI:NL:RVS:2018:1498 — de minister moeten veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank had dit ten onrechte nagelaten.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover geen proceskostenveroordeling was opgenomen; voor het overige wordt de uitspraak bevestigd.
- Gevolgen: De bewaring zelf was rechtmatig. Geen schadevergoeding.
- Proceskosten: €1.814,- voor beroep en hoger beroep tezamen.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2025:4068
- Artikel 50, eerste en derde lid, Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 50a Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 8, aanhef en onder m, Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 62c, vierde lid, Vreemdelingenwet 2000
- ECLI:NL:RVS:2019:1164 (rechtmatig verblijf Dublinclaimant)
- ECLI:NL:RVS:2018:1498 (proceskosten bij gebrek staandehouding)