Amsterdam: toets non-refoulement geldt ook bij Dublin Duitsland

InstantieRechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam)
Datum05-03-2026
ECLIECLI:NL:RBDHA:2026:5833
ZaaknummerNL26.9498
TypeVreemdelingenrecht (art. 59a Vw 2000)
DictumBeroep gegrond

Feiten en procesverloop

Eiser is geboren in 1985 en heeft de Algerijnse nationaliteit. Voor eiser geldt een Dublin-overdracht naar Duitsland; Duitsland heeft op 3 maart 2026 met de overdracht akkoord gegeven.

Standpunt eiser: verweerder heeft niet gemotiveerd of het non-refoulementbeginsel zich verzet tegen overdracht aan Duitsland.

Standpunt minister: de motivering dat de asielaanvraag “niet oprecht” was, volstaat en overigens valt een belangenafweging in het voordeel van verweerder uit.

Overwegingen rechtbank

  • Non-refoulement (kernoverweging): de motiveringsplicht ten aanzien van non-refoulement geldt ook bij bewaring ter voorbereiding van een Dublin-overdracht, en niet uitsluitend bij terugkeerprocedures, omdat een reëel risico in de zin van artikel 4 en artikel 19, tweede lid, van het EU Handvest van de grondrechten niet kan worden uitgesloten, ook niet bij overdracht aan een andere lidstaat.
  • Motivering ontoereikend: de enkele motivering dat de asielaanvraag “niet oprecht” was, is onvoldoende om aan de motiveringsplicht te voldoen.
  • Geen ruimte voor belangenafweging: bij een motiveringsgebrek van deze aard is er geen ruimte voor een belangenafweging in het voordeel van verweerder. Beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: beroep gegrond; bewaring op 5 maart 2026 opgeheven.
  • Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 2.000 (2 dagen × EUR 160 — politiecel + 14 dagen × EUR 120 — detentiecentrum; totaal 16 dagen).
  • Proceskosten: EUR 1.868 (1 punt beroepschrift + 1 punt zitting × EUR 934 × factor 1).
  • Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

  1. ECLI:NL:RVS:2026:329 — ABRvS 12 februari 2026: ambtshalve non-refoulementtoetsing verplicht; controleplicht bewaringsrechter.
  2. ECLI:EU:C:2025:647 — HvJEU 4 september 2025 (Adrar): ambtshalve non-refoulementtoets (geen directe bron beschikbaar — verifieer voordat u hierop vertrouwt).
  3. artikel 4 lid 4 Richtlijn 2008/115/EG — eerbiediging van het non-refoulementbeginsel bij de tenuitvoerlegging van terugkeer- en overdrachtsmaatregelen.

Deze uitspraak staat op gespannen voet met samenvatting 13 (ECLI:NL:RBDHA:2026:5724, eveneens 17 maart 2026), waarin de rechtbank oordeelde dat de non-refoulementtoets niet geldt bij bewaring ter voorbereiding van een Dublin-overdracht. De rechtspraak loopt op dit punt in maart 2026 uiteen, met uiteenlopende uitkomsten al naar gelang de bewarende rechter / zittingsplaats de Adrar-lijn wel of niet doortrekt naar Dublin-zaken.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder