Amsterdam: geringste aanwijzing van mensenhandel dwingt tot opheffing bewaring

InstantieRechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam)
Datum05-03-2026
ECLIECLI:NL:RBDHA:2026:5834
ZaaknummerNL26.9822
TypeVreemdelingenrecht (art. 6 lid 3 / art. 8 aanhef en onder k Vw 2000)
DictumBeroep gegrond

Feiten en procesverloop

Eiseres heeft de Zimbabwaanse nationaliteit en is geboren in 1970. Bij besluit van 11 februari 2026 is aan haar met toepassing van artikel 6, derde lid, Vw een vrijheidsontnemende maatregel (grensdetentie) opgelegd, waarbij aanknopingspunten bestonden voor toepassing van de Dublinverordening. Bij aankomst op Schiphol had eiseres verklaard dat zij bij haar reis was geholpen door een Zuid-Afrikaanse pastor en dat zij niets had betaald voor die reis. Tijdens het aanmeldgehoor van 14 februari 2026 verklaarde zij nader dat een ambtenaar haar had gevraagd of zij wist dat er ook mensenhandel bestond, en dat zij zich realiseerde dat de pastor mogelijk had bedoeld dat zij bij aankomst in Spanje iets met haar lichaam moest doen of drugs moest verkopen. De zitting vond plaats op 3 maart 2026.

Standpunt eiser: de minister haar op grond van paragraaf B8/3.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 een bedenktijd van 30 dagen had moeten aanbieden wegens de aanwijzingen van mensenhandel, en dat de bewaring bij het aanbieden van die bedenktijd had moeten worden opgeheven.

Standpunt minister: de grensdetentie op grond van artikel 6, derde lid, Vw een andere maatregel is dan bewaring gericht op uitzetting, zodat geen motiveringsplicht ten aanzien van non-refoulement geldt en dat overigens geen aanleiding bestond om de bedenktijdregeling toe te passen.

Overwegingen rechtbank

  • Motiveringsplicht non-refoulement niet van toepassing: de motiveringsplicht ten aanzien van non-refoulement die volgt uit de rechtspraak van de Afdeling van 12 februari 2026 en het Adrar-arrest geldt niet bij een vrijheidsontnemende maatregel die in het kader van het grensbewakingsbelang is opgelegd: de minister hoeft bij toepassing van grensdetentie op grond van artikel 6, derde lid, Vw niet in de maatregel te motiveren waarom non-refoulement zich niet tegen uitzetting verzet, omdat die beoordeling plaatsvindt binnen de grensprocedure zelf en een pre-toets daaraan voorafgaand niet is vereist.
  • Bedenktijd mensenhandel: uit het beleid in paragraaf B8/3.1 Vc volgt dat bij de geringste aanwijzing van mensenhandel het vermoedelijke slachtoffer een bedenktijd van 30 dagen moet worden aangeboden op grond van artikel 8, aanhef en onder k, Vw, en dat de vreemdelingenbewaring wordt opgeheven als die bedenktijd aan een gedetineerde vreemdeling wordt verleend.
  • Geringste aanwijzing aanwezig: gelet op de verklaring van eiseres over de pastor en de vraag van de ambtenaar naar mensenhandel was sprake van (ten minste) de geringste aanwijzing van mensenhandel, zodat de minister de bedenktijd had moeten aanbieden en de maatregel na het aanmeldgehoor van 14 februari 2026 had moeten opheffen.
  • Onzorgvuldig gehandeld: doordat dit niet is gebeurd, heeft de minister onzorgvuldig gehandeld en is het voortduren van de maatregel onrechtmatig sinds 15 februari 2026.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: beroep gegrond; de rechtbank beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
  • Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 2.280 (19 dagen x EUR 120).
  • Proceskosten: EUR 1.868.
  • Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

  1. Artikel 6 Vreemdelingenwet 2000 — grondslag voor grensdetentie op grond van het derde lid.
  2. artikel 8 Vreemdelingenwet 2000 — rechtmatig verblijf tijdens de bedenktijd mensenhandel (onderdeel k).
  3. ECLI:NL:RVS:2026:329 — ABRvS 12 februari 2026: ambtshalve non-refoulementtoetsing verplicht; controleplicht bewaringsrechter.
  4. ECLI:EU:C:2025:647 — HvJEU 4 september 2025 (Adrar): ambtshalve non-refoulementtoets bij terugkeerprocedures (geen directe bron beschikbaar — verifieer voordat u hierop vertrouwt).
  5. ECLI:EU:C:2022:858 — HvJEU 8 november 2022 (C, B en X): zicht op uitzetting als onderdeel van de proportionaliteitstoets bij bewaring (geen directe bron beschikbaar — verifieer voordat u hierop vertrouwt).
  6. ECLI:NL:RVS:2023:2829 — ABRvS 26 juli 2023: rechtmatigheidsvoorwaarden voor bewaring zijn van openbare orde en worden ambtshalve getoetst; voortvarendheid is een zelfstandige voorwaarde.
  7. ECLI:NL:RVS:2016:1451 — ABRvS 3 juni 2016: vrijheidsontneming in de grensprocedure is toelaatbaar mits een individuele beoordeling en onderzoek naar alternatieve, minder dwingende maatregelen heeft plaatsgevonden.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder