Optelling 59-1a bewaring: Aroja, opgeteld langer dan 18 maanden

InstantieRechtbank Den Haag (zittingsplaats Haarlem)
Datum11-03-2026
ECLIECLI:NL:RBDHA:2026:5044
ZaaknummerNL26.10971
TypeVreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000)
DictumBeroep gegrond

Feiten en procesverloop

Eiser (Marokkaanse nationaliteit, geboren 1982) is op 24 februari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000, ter uitvoering van een terugkeerbesluit van 3 januari 2017. Eiser was ter uitvoering van datzelfde terugkeerbesluit al eerder in bewaring gehouden:

  • – 5 september 2017 – 19 februari 2018
  • – 9 april 2018 – 5 februari 2019
  • – 7 maart 2019 – 20 maart 2019
  • – 30 september 2019 – 12 maart 2020

en ook daarna nog.

Zitting: 9 maart 2026. Na de zitting heropend onderzoek; verweerder verstrekte op 10 maart 2026 een overzicht van alle inbewaringstellingen. Onderzoek gesloten: 11 maart 2026.

Standpunt eiser: op grond van het arrest Aroja (HvJEU 5 maart 2026) moeten alle bewaringperioden ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit worden samengeteld; die 18 maanden zijn ruimschoots overschreden.

Overwegingen rechtbank

  • Rechtsregel Aroja (art. 15 Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG): Uit HvJEU 5 maart 2026, Aroja, ECLI:EU:C:2026:148, punt 101, volgt dat alle perioden van bewaring ter uitvoering van een en hetzelfde terugkeerbesluit moeten worden samengeteld om te bepalen of de maximale bewaringsduur van 18 maanden is bereikt. Dit geldt ook als de perioden zijn onderbroken door vrijheid (punt 56) en ook als bewaring plaatsvond tijdens de behandeling van een asielaanvraag (punten 58-59).
  • Toepassing: Uit het door verweerder verstrekte overzicht blijkt dat eiser reeds vóór 24 februari 2026, uitsluitend al op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw ter uitvoering van het terugkeerbesluit van 3 januari 2017, ruimschoots meer dan 18 maanden in bewaring heeft gezeten. Verweerder was op 24 februari 2026 niet bevoegd eiser opnieuw in bewaring te stellen.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: Beroep gegrond; maatregel onrechtmatig ab initio; opheffing per 11 maart 2026. Overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.
  • Schadevergoeding (art. 106 Vw): EUR 1.920 (16 dagen × EUR 120 – detentiecentrum); te betalen door de griffier.
  • Proceskosten: EUR 1.868 (2 punten × EUR 934 × factor 1; aan rechtsbijstandverlener wegens toevoeging).
  • Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

  1. ECLI:EU:C:2026:148 — HvJEU 5 maart 2026 (Aroja), punt 101: alle perioden van bewaring ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit moeten worden samengeteld; onderbreking door perioden van vrijheid doet hieraan niet af; maximum is 18 maanden.
  2. Artikel 15, leden 5 en 6, Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG — maximale bewaringsduur: 6 maanden (lid 5), te verlengen met ten hoogste 12 maanden (lid 6); cumulatief maximaal 18 maanden ter uitvoering van hetzelfde terugkeerbesluit.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder