Geen gevaar? Non-refoulement in gehoor genoeg onderbouwing

InstantieRechtbank Den Haag (zittingsplaats Arnhem)
Datum18-03-2026
ECLIECLI:NL:RBDHA:2026:5990
ZaaknummerNL26.12860
TypeVreemdelingenrecht (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000)
DictumBeroep ongegrond

Feiten en procesverloop

Aan eiser is op 29 december 2020 een terugkeerbesluit opgelegd; op 20 juni 2022 is een aanvullend terugkeerbesluit genomen waarin Algerije als land van terugkeer is vermeld. Bij besluit van 8 maart 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 lid 1 aanhef en onder a Vw. Tijdens het gehoor van 8 maart 2026 en het vertrekgesprek van 13 maart 2026 is eiser meermaals gevraagd of hij gevaar loopt bij terugkeer naar Algerije; hij heeft dit niet erkend en verklaarde onder meer dat hij nooit in Algerije was geweest en dat hij eerst met zijn advocaat wilde spreken. De zitting vond plaats op 17 maart 2026, met een beeldverbinding.

Standpunt eiser: het aanvullend terugkeerbesluit van 20 juni 2022 in strijd is met het FS-arrest van het Hof van Justitie, dat artikel 59 lid 1 aanhef en onder a Vw geen toereikende juridische criteria bevat om de rechtmatigheid van de bewaring te toetsen, en dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of hij een non-refoulementrisico loopt, mede omdat hij tijdens het gehoor warrig overkwam.

Standpunt minister: het terugkeerbesluit onherroepelijk is, dat artikel 59 Vw in samenhang met de artikelen 5.1a en 5.1b Vb 2000 voldoende rechtsgrondslag biedt, en dat de motivering met verwijzing naar het gehoor voldoende is nu eiser zelf geen gevaar bij terugkeer heeft erkend.

Overwegingen rechtbank

  • Terugkeerbesluiten onherroepelijk: het terugkeerbesluit van 29 december 2020 en het aanvullend terugkeerbesluit van 20 juni 2022 zijn onherroepelijk geworden; de bewaringsrechter mag zich niet uitlaten over de rechtmatigheid daarvan, maar moet wel controleren of vóór of gelijktijdig met de bewaring een besluit is genomen dat als terugkeerbesluit is aan te merken. Daaraan is voldaan.
  • Voldoende rechtsgrondslag: artikel 59 lid 1 aanhef en onder a Vw biedt in samenhang met de artikelen 5.1a en 5.1b Vb 2000 voldoende juridische criteria voor de rechtmatigheidstoets; de minister heeft voldoende feitelijk en op eiser toegespitst gemotiveerd waarom de zware en lichte gronden zich voordoen.
  • Non-refoulement (kernoverweging): indien een vreemdeling tijdens het gehoor geen vrees voor terugkeer naar voren brengt, kan de minister voor de non-refoulementtoets volstaan met de motivering dat niet is gebleken dat het beginsel van non-refoulement zich tegen de uitzetting verzet; een uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 4 en artikel 19 lid 2 EU Handvest in de maatregel is niet vereist, omdat die beoordeling besloten ligt in de motivering die naar het gehoor verwijst.
  • Geen vrees erkend: uit het gehoor van 8 maart 2026 en het vertrekgesprek van 13 maart 2026 volgt dat eiser, ondanks herhaalde vragen, geen gevaar bij terugkeer naar Algerije heeft erkend; dat hij op onderdelen ontwijkend antwoordde, doet daaraan niet af nu hij gedurende het gehoor overigens wel adequaat kon antwoorden.
  • Geen ambtshalve onrechtmatigheid: er is geen aanleiding om ambtshalve te oordelen dat de bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest.

Conclusie en gevolgen

  • Uitspraak: beroep ongegrond.
  • Schadevergoeding (art. 106 Vw): afgewezen.
  • Proceskosten: geen veroordeling.
  • Rechtsmiddel: hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Noten

  1. ECLI:EU:C:2021:506 — HvJEU 24 juni 2021 (FS-arrest): vermelding van het land van terugkeer in het terugkeerbesluit (geen directe bron beschikbaar — verifieer voordat u hierop vertrouwt).
  2. ECLI:NL:RVS:2021:1155 — ABRvS 2 juni 2021: de vermelding van het land van terugkeer kan uit de motivering van het besluit worden afgeleid; eerbiediging van non-refoulement blijft vereist.
  3. ECLI:NL:RVS:2023:3187 — ABRvS 21 augustus 2023: de bewaringsrechter toetst of het terugkeerbesluit vóór of gelijktijdig met de bewaring is genomen; ondertekening is geen vereiste voor de rechtsgeldigheid.
  4. ECLI:EU:C:2020:367 — HvJEU 14 mei 2020 (FMS e.a.) (geen directe bron beschikbaar — verifieer voordat u hierop vertrouwt).
  5. ECLI:NL:RVS:2020:829 — ABRvS 25 maart 2020: feitelijke en nadere toelichting bij de zware en lichte gronden vereist; eerbiediging van de rechten van verdediging vergt concrete vragen bij het gehoor.
  6. ECLI:EU:C:2025:647 — HvJEU 4 september 2025 (Adrar): ambtshalve non-refoulementtoets bij terugkeerprocedures.
  7. ECLI:NL:RVS:2026:329 — ABRvS 12 februari 2026, rechtsoverwegingen 7.4 en 15.1: ambtshalve non-refoulementtoetsing verplicht; een minimale motivering via het gehoor volstaat wanneer de vreemdeling zelf geen gevaar erkent.
  8. ECLI:EU:C:2022:858 — HvJEU 8 november 2022 (C, B en X): zicht op uitzetting als onderdeel van de proportionaliteitstoets bij bewaring.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder