Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 12-09-2025 | NL25.41654 | ECLI:NL:RBDHA:2025:17130 | Bewaring – Dublin (art. 59a lid 1 Vw 2000) | BEROEP GEGROND
Feiten en Procesverloop
Op 25 juni 2025 werd de asielaanvraag niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland daarvoor verantwoordelijk is. Op 17 juli 2025 verklaarde de rechtbank (zp Middelburg) het beroep ongegrond. Op 19 augustus 2025 stelde eiser verzet in en op 1 september 2025 verzocht hij om een voorlopige voorziening.
Op 27 augustus 2025 legde de Minister van Asiel en Migratie een maatregel van bewaring op grond van art. 59a, eerste lid, Vw 2000 op. Op 3 september 2025 wees de voorzieningenrechter te Middelburg de gevraagde voorlopige voorziening toe: het overdrachtsbesluit werd geschorst en verweerder mocht eiser niet overdragen. De geplande vlucht naar Zwitserland van 4 september 2025 werd geannuleerd. Eiser kampte met ernstige psychische klachten.
Overwegingen Rechtbank
1. Gebruik van handboeien. Handboeien mogen bij vervoer worden aangelegd indien redelijkerwijs gevaar voor ontvluchting valt te vrezen (art. 22 lid 1a Ambtsinstructie). Eiser maakte een schijnbeweging om weg te rennen en keek om zich heen; de route liep via een drukke entree. Het gebruik was voldoende gemotiveerd.
2. Onvoldoende voortvarendheid na voorlopige voorziening. Na de toewijzing op 3 september 2025 mocht van verweerder worden verwacht dat hij contact zou opnemen met de rechtbank waar het verzet aanhangig is om te verzoeken de zittingsdatum naar voren te halen. Dit geldt temeer nu eiser ernstige psychische klachten had en in isolatie verbleef. Verweerder heeft dit nagelaten.
3. Bewaring onrechtmatig vanaf 4 september 2025. Verweerder had direct na de toewijzing van de voorlopige voorziening actie moeten ondernemen. De bewaring is onrechtmatig met ingang van 4 september 2025.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep gegrond. Opheffing bewaring bevolen per 12 september 2025.
- Schadevergoeding: EUR 900 (9 dagen x EUR 100 per dag, detentiecentrum) ten laste van de Staat der Nederlanden.
- Proceskosten: EUR 1.814 (1 punt beroepschrift + 1 punt zitting x EUR 907 x wegingsfactor 1).
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen een week na bekendmaking.
Noten
- Artikel 59a lid 1 Vw 2000 – Bewaring met het oog op Dublin-overdracht
- Artikel 22 lid 1a Ambtsinstructie – Handboeien bij vervoer toegestaan bij vluchtgevaar
- Artikel 106 Vw 2000 – Schadevergoeding bij onrechtmatige vrijheidsontneming