Rotterdam: geen toets refoulement bij unieburgers

InstantieRechtbank Den Haag (zittingsplaats Rotterdam)
Datum27-03-2026
ECLIECLI:NL:RBDHA:2026:8436
ZaaknummerNL26.14009
TypeVreemdelingenrecht, artikel 59 lid 1 onder a Vw 2000
DictumBeroep ongegrond

Feiten en procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft verweerder aan eiser, Unieburger, de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Eiser is opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, Vw; de rechtbank achtte dit rechtmatig, omdat zijn identiteit ondanks strafrechtelijke aanhouding niet onmiddellijk kon worden vastgesteld en verweerder de strafrechtelijk verkregen identiteitsgegevens mag maar niet moet gebruiken. Eiser betwistte verder de grondslag van de bewaring, omdat hij na intrekking van zijn verblijfsrecht op 8 februari 2024 Nederland langere tijd zou hebben verlaten en zijn banden effectief zou hebben verbroken; de rechtbank volgde dit niet, gelet op zijn gedwongen uitzetting van 21 februari 2025, zijn hernieuwd politiecontact op 11 juni 2025 en zijn verklaring bij het verhoor van 10 maart 2026 dat hij nog steeds in Nederland wil werken en een leven wil opbouwen. De bewaringsgronden (artikel 5.1b Vb) waren onbetwist. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld.

Standpunt eiser: Eiser stelt dat in de maatregel van bewaring ten onrechte geen kenbare motivering ten aanzien van het beginsel van non-refoulement is opgenomen, en verwijst daartoe naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 10 maart 2026.

Standpunt minister: Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de non-refoulementtoets uit het arrest Adrar alleen geldt voor derdelanders en dat eiser als Unieburger zich daarop niet kan beroepen.

Overwegingen rechtbank

  • Uit het Unierecht volgt, zoals het Hof van Justitie in het arrest van 4 september 2025 in de zaak Adrar (ECLI:EU:C:2025:647) heeft verduidelijkt, dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of de in artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn genoemde belangen en/of het non-refoulementbeginsel in de weg staan aan de uitvoering van het terugkeerbesluit.
  • De Afdeling heeft in de uitspraak van 12 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:329) verduidelijkt dat de bewaringsrechter moet beoordelen of verweerder op het moment van oplegging van de maatregel heeft beoordeeld of non-refoulement zich tegen uitzetting verzet.
  • Zowel het arrest Adrar als de genoemde Afdelingsuitspraak hebben betrekking op de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven; daarvan is bij eiser als Unieburger geen sprake, zodat de door eiser aangehaalde uitspraak van zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch (ECLI:NL:RBOBR:2026:1578) niet vergelijkbaar is met de onderhavige zaak.
  • Verweerder was dan ook niet gehouden de maatregel van bewaring te toetsen aan het beginsel van non-refoulement (kernoverweging).
  • Ambtshalve toetsend aan de rechtmatigheidsvoorwaarden van de bewaring (arrest van 8 november 2022, C, B en X, ECLI:EU:C:2022:858) ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en gevolgen

  • Het beroep is ongegrond.
  • Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.
  • Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  • Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Noten

  1. ECLI:NL:RVS:2021:134 (ABRvS, 25 januari 2021), ECLI:NL:RVS:2025:3719 (ABRvS, 8 augustus 2025) en ECLI:NL:RVS:2024:1226 (ABRvS, 26 maart 2024): verweerder mag de tijdens strafrechtelijke aanhouding verkregen identiteitsgegevens tot uitgangspunt nemen, maar is daartoe niet verplicht.
  2. ECLI:EU:C:2021:506 (arrest FS, HvJEU, 22 juni 2021, C-719/19): een Unieburger verkrijgt na een verwijderingsbesluit alleen opnieuw verblijfsrecht wanneer hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd; het enkele fysieke vertrek volstaat niet.
  3. ECLI:NL:RBOBR:2026:1578 (Rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, 10 maart 2026): de door eiser aangehaalde uitspraak over kenbare non-refoulementmotivering, die een derdelander betrof en dus niet vergelijkbaar is met de onderhavige Unieburger-zaak.
  4. ECLI:EU:C:2025:647 (arrest Adrar, HvJEU, 4 september 2025, C-313/25 PPU): ambtshalve toetsing van het non-refoulementbeginsel bij de terugkeer van derdelanders.
  5. ECLI:NL:RVS:2026:329 (ABRvS, 12 februari 2026): verplichting tot ambtshalve en gemotiveerde non-refoulementtoetsing in het bewaringsbesluit voor derdelanders.
  6. ECLI:EU:C:2022:858 (arrest C, B en X, HvJEU, gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21, 8 november 2022): verplichting tot ambtshalve toetsing van de rechtmatigheidsvoorwaarden van de bewaring.

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingen bewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder