Rb. Den Haag | zp Arnhem | 31-10-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:20089 | NL25.51078 | Bewaring (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
De minister heeft op 19 oktober 2025 de maatregel van bewaring aan eiser opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de bewaring op twee gronden. Ten eerste stelt hij dat onduidelijk is of hij voor de inbewaringstelling is gehoord, omdat het proces-verbaal van gehoor is gedateerd op 21 oktober 2025 terwijl de bewaring al op 19 oktober plaatsvond. Ten tweede betoogt hij dat hij tijdens het gehoor een asielwens heeft geuit door te verklaren niet veilig te kunnen terugkeren naar Gambia vanwege een te betalen banklening. Eiser heeft deze beweerde asielwens nadien niet herhaald — noch tijdens een gesprek met zijn gemachtigde kort na de inbewaringstelling, noch tijdens het vertrekgesprek van 22 oktober 2025.
Overwegingen Rechtbank
- Gehoor voorafgaand aan inbewaringstelling: Hoewel de datum van 21 oktober 2025 in de aanhef staat, volgt uit het proces-verbaal dat eiser op 19 oktober 2025 om 14:50 uur is gehoord. Dit PV is op ambtseed opgemaakt en levert een rechtsvermoeden van juistheid op (ECLI:NL:RVS:2025:157).
- Juiste grondslag – geen asielwens: Eiser heeft desgevraagd verklaard niet te vrezen voor een onmenselijke behandeling door de autoriteiten. Een veiligheidsklacht zonder asielrechtelijke vreescomponent constitueert geen asielwens (ECLI:NL:RVS:2025:159).
- Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb 2000): Minister liet grond 3a ter zitting vallen. De zware gronden 3b (ontrekking aan toezicht) en 3c (eerdere vertrekorder niet nageleefd) dragen de maatregel.
- Lichte gronden (art. 5.1b lid 4 Vb 2000): Gronden 4a, 4b, 4c en 4d zijn niet betwist en dragen de maatregel.
- Ambtshalve toetsing: Geen schending non-refoulement of gezinsleven (ECLI:EU:C:2025:647 Adrar; ECLI:EU:C:2022:858 C, B en X).
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Gevolgen: Maatregel van bewaring blijft van kracht.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen vergoeding.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20089 — Behandelde uitspraak
- ECLI:NL:RVS:2025:157 — Rechtsvermoeden juistheid PV op ambtseed
- ECLI:NL:RVS:2025:159 — Maatstaf asielwens: kenbaar maken in persoon
- ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar) — Ambtshalve toetsing non-refoulement en gezinsleven
- ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X) — Ambtshalve toetsing rechtmatigheidsvoorwaarden bewaring
- Artikel 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000