Na tien maanden nog zicht op uitzetting ECLI:NL:RBDHA:2025:20214
Rb. Den Haag | zp Rotterdam | 21-10-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:20214 | NL25.48108 | art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000 | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Bij besluit van 2 oktober 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. De lp-aanvraag loopt sinds 30 januari 2025; Senegalese autoriteiten reageerden 21 augustus en 10 oktober 2025 dat de aanvraag nog in onderzoek is. Vierde bewaring; meldplichtschending 29 juli 2025; vertrekgesprek 15 september 2025 zonder terugkeerintentie.
Overwegingen Rechtbank
- Zware gronden (art. 5.1b lid 3 Vb 2000): 3b, 3c, 3i. Lichte gronden 4c, 4d, 4e. Niet betwist; dragen de maatregel.
- Zicht op uitzetting: Senegal heeft niet geweigerd een lp af te geven; duur alleen volstaat niet.
- Lichter middel: Gelet op onttrekkingsrisico (schending meldplicht) onvoldoende (ECLI:NL:RVS:2015:674; ECLI:NL:RVS:2015:1309; ECLI:EU:C:2014:1320 Mahdi).
- Ambtshalve toetsing: Niet in het geding (ECLI:EU:C:2022:858; ECLI:EU:C:2025:647).
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak conform kopregel.
- Schadevergoeding: zie kopregel-oordeel.
- Proceskosten: conform uitspraak.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen één week.
Noten
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20214 — Behandelde uitspraak
- ECLI:NL:RVS:2015:674 — Lichter middel
- ECLI:NL:RVS:2015:1309 — Idem
- ECLI:EU:C:2014:1320 (Mahdi)
- ECLI:EU:C:2022:858
- ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar)
- Artikel 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000