EU jurisprudentie helder – ECLI:NL:RVS:2025:5013
ABRvS (enkelvoudige kamer) | 20-10-2025 | ECLI:NL:RVS:2025:5013 | 202505141/1/V3 (rb: NL25.42699) | Vreemdelingenrecht – Bewaring | Hoger beroep ongegrond
Eerste aanleg: Rb. Den Haag, 18 september 2025
Nationaliteit: niet vermeld in de uitspraak.
Feiten en Procesverloop
Appellant op 27 augustus 2025 door de minister in bewaring gesteld. Op 18 september 2025 verklaarde Rb. Den Haag het beroep ongegrond. Appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, stelde hoger beroep in. Kern: bevoegdheid van de vreemdelingenrechter om het strafrechtelijk voortraject te toetsen; tevens verzoek tot prejudiciële vragen.
Overwegingen Afdeling
- Grief 1 – Bevoegdheid vreemdelingenrechter: Als rechtsregel: de vreemdelingenrechter oordeelt niet over de aanwending van bevoegdheden die niet bij of krachtens de Vw 2000 zijn toegekend, tenzij de onrechtmatigheid door een daartoe bevoegde rechter is vastgesteld (ECLI:NL:RVS:2024:190). Bij onbevoegdheid strafrechter staat civiele rechter open.
- Reikwijdte ambtshalve toetsing: Uit ECLI:EU:C:2022:858 volgt niet dat de bewaringsrechter buiten de grenzen van het geding mag treden (ECLI:NL:RVS:2023:2829).
- Overige grieven: Geen nadere motivering vereist (art. 91 lid 2 Vw 2000).
- Prejudiciële vragen: Afgewezen; vgl. ECLI:EU:C:1982:335 (Cilfit) en ECLI:EU:C:2021:799 (Consorzio).
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Hoger beroep ongegrond; uitspraak Rb. bevestigd.
- Schadevergoeding: Niet toegekend.
- Proceskosten: Geen veroordeling.
- Rechtsmiddel: Geen — gewijsde uitspraak van de Afdeling.
Noten