Bewaring – Gambia – ECLI:NL:RBDHA:2025:19991
Rb. zp Den Haag | 28-10-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:19991 | NL25.49523 | Vreemdelingenrecht – Bewaring (art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Eiser (Gambiaanse nationaliteit) op 28 januari 2025 in bewaring op grond van art. 59b Vw 2000 (asielgerelateerd). Op 3 maart 2025 maatregel opgelegd op grond van art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000. Vertrekgesprek 25 september 2025: eiser verklaarde nooit mee te zullen werken aan persoonlijke presentatie bij Gambiaanse autoriteiten. Vertrekgesprek 9 oktober 2025: geen stappen ter identiteitsvaststelling. Vervolgberoep ziet op periode na sluiting onderzoek in vorige procedure op 18 september 2025. Zitting 22 oktober 2025.
Overwegingen Rechtbank
- Grond 1 – 18-maandstermijn (art. 15 lid 6 Terugkeerrichtlijn): Verworpen. Periode 28 januari – 3 maart 2025 op grond van art. 59b Vw valt buiten Terugkeerrichtlijn (ECLI:EU:C:2009:741, Kadzoev, punt 48); ook bij optelling termijn niet bereikt. AG-conclusie Aroja (C-150/24) niet bindend.
- Grond 2 – Zicht op uitzetting / punitief karakter: Verworpen. Eiser weigert presentatie en heeft geen stappen ondernomen; minister werkt actief aan uitzetting. Duur mede aan eiser te wijten.
- Ambtshalve toetsing: Geen grond voor onrechtmatigheid (ECLI:EU:C:2022:858, ECLI:EU:C:2025:647).
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen veroordeling.
- Rechtsmiddel: Geen — uitspraak vermeldt dat geen rechtsmiddel openstaat (vervolgberoep).
Noten