Rb. zp Den Haag | 28-10-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:19997 | NL25.50111 | Vreemdelingenrecht – Bewaring (art. 59a Vw) | Beroep ongegrond
Feiten en Procesverloop
Dublin-overdracht aan Zwitserland. Eiser vertrok op 28 mei 2025 met onbekende bestemming. Op 29 augustus 2025 herkend bij politiecontrole als ambtshalve bekende illegaal verblijvende vreemdeling. Op 9 september 2025 gehoor: eiser verklaarde niet mee te willen werken aan overdracht. Op 9 oktober 2025 staande gehouden en in bewaring gesteld (art. 59a lid 1 Vw 2000). Op 21 oktober 2025 opgeheven na feitelijke overdracht. Zitting 22 oktober 2025 (uitsluitend gemachtigde verweerder aanwezig).
Overwegingen Rechtbank
- Staandehouding (art. 50 lid 1 Vw): Herkenning 29 augustus 2025 voldoende actueel voor redelijk vermoeden zes weken later (Vc 2000 A2/2).
- Zware grond 3a (art. 5.1b lid 3 Vb 2000): Eiser zonder reisdocument/visum, door hemzelf bevestigd. Feitelijke toelichting volstaat (ECLI:NL:RVS:2020:829).
- Zware grond 3k: Eiser verklaarde expliciet niet mee te willen werken aan overdracht.
- Lichte grond 4a: Onbetwist; draagt de maatregel zelfstandig.
- Lichter middel: Niet passend; eerder vertrek met onbekende bestemming en weigering medewerking. Begeleiding STILL maakt dit niet anders.
- Ambtshalve toetsing: Geen onrechtmatigheid; ECLI:EU:C:2022:858 en ECLI:EU:C:2025:647.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Schadevergoeding: Afgewezen.
- Proceskosten: Geen veroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij ABRvS binnen één week.
Noten