Bewaring – Tunesië – ECLI:NL:RBDHA:2025:20272
Rb. Den Haag | zp Groningen | 31-10-2025 | NL25.50432 | Bewaring (art. 59 lid 1 sub a Vw) | BEROEP ONGEGROND
Feiten en Procesverloop
Eiser (Tunesische nationaliteit) verbleef in strafrechtelijke detentie. De einddatum van die detentie werd pas bekend na het arrest van het Gerechtshof Den Bosch van 15 juli 2025. Op 30 september 2025 heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Eiser heeft beroep ingesteld en een verzoek om schadevergoeding ingediend. De zitting vond op 24 oktober 2025 via telehoren plaats; eiser was aanwezig in het detentiecentrum te Rotterdam.
Eiser voert aan dat de minister zijn inspanningsverplichting gedurende de strafrechtelijke detentie heeft geschonden en betwist de bewaringsgronden.
Overwegingen Rechtbank
- Inspanningsverplichting: De rechtbank volgt eiser niet. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, indien de einddatum van de strafrechtelijke detentie nog niet bekend is, niet van de minister kan worden gevergd dat hij de uitzetting zodanig voorbereidt dat bewaring achterwege kan blijven (ECLI:NL:RVS:2023:3192 — geen inspanningsverplichting als einddatum strafrechtelijke detentie ten tijde van het voortraject nog niet vaststond). De minister had pas na het Gerechtshof Den Bosch-arrest van 15 juli 2025 wetenschap van de einddatum.
- Bewaringsgronden: Voor de onderbouwing van bewaringsgronden volstaat een feitelijke toelichting (ECLI:NL:RVS:2020:829 — feitelijke toelichting per grond volstaat; geen nadere motiveringsplicht). De minister heeft verder overwogen dat een lichter middel niet doeltreffend kan worden toegepast; persoonlijke of medische omstandigheden die de bewaring onevenredig bezwarend maken zijn niet gebleken.
- Zicht op uitzetting: Zicht op uitzetting naar Tunesië ontbreekt in het algemeen niet (ECLI:NL:RVS:2023:3990 — uitzetting naar Tunesië is in beginsel realiseerbaar binnen redelijke termijn). De Tunesische autoriteiten hebben op 21 oktober 2025 de nationaliteit van eiser bevestigd; een vlucht staat gepland op 6 november 2025. Op 16 oktober 2025 is gerappelleerd op de lp-aanvraag; op 20 en 22 oktober 2025 hebben vertrekgesprekken plaatsgevonden en is een vlucht aangevraagd. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting.
Conclusie en Gevolgen
- Uitspraak: Beroep ongegrond.
- Gevolgen: De maatregel van bewaring blijft van kracht.
- Schadevergoeding (art. 106 Vw): verzoek afgewezen.
- Proceskosten: geen veroordeling.
- Rechtsmiddel: Hoger beroep bij de ABRvS binnen één week na bekendmaking.
Noten
- ECLI:NL:RVS:2023:3192 — Inspanningsverplichting bij onbekende einddatum strafrechtelijke detentie
- ECLI:NL:RVS:2020:829 — Feitelijke toelichting bewaringsgronden volstaat
- ECLI:NL:RVS:2023:3990 — Zicht op uitzetting Tunesië ontbreekt in het algemeen niet
- Artikel 59, eerste lid, sub a Vreemdelingenwet 2000
- Artikel 5.1b Vreemdelingenbesluit 2000 (grondenstelsel)