Cumulatie detentieperiodes en maximale duur: CJEU-uitspraak Aroja afgewacht

Rb. Den Haag | zp Roermond | 11-11-2025 | ECLI:NL:RBDHA:2025:21175 | NL25.53677 | Bewaring (art. 59 lid 1 sub a Vw) – Volgberoep | Beroep ongegrond

Feiten en Procesverloop

Eiser (Marokkaanse nationaliteit, geboortejaar 1983) is op 6 juni 2025 in bewaring gesteld ter uitvoering van een terugkeerbesluit uit 2016. De rechtbank heeft de maatregel eerder rechtmatig bevonden tot 7 oktober 2025 (ECLI:NL:RBLIM:2025:9972, niet gepubliceerd); dit volgberoep betreft de periode daarna. Eiser heeft bij navraag bij de IND vastgesteld dat hij in totaal 489 dagen (ruim 16 maanden) in bewaring heeft gezeten ter uitvoering van het terugkeerbesluit uit 2016, verspreid over meerdere periodes. Eiser werkt onvoldoende mee aan zijn uitzetting.

Overwegingen Rechtbank

  • Cumulatie en maximale bewaringsduur (art. 15 leden 5 en 6 Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG): Eiser verwijst naar de Conclusie van AG L. Medina van 4 september 2025 in zaak C-150/24 (Aroja, ECLI:EU:C:2025:667 — rechtsregel: alle detentieperiodes voor hetzelfde terugkeerbesluit dienen cumulatief te worden opgeteld bij de bepaling van de maximale bewaringsduur). De rechtbank sluit dit advies niet uit, maar overweegt dat het Hof de uitleg mogelijk zal nuanceren door ruimte open te laten voor hernieuwde bewaring na een zeker tijdsverloop of bij nieuwe feiten en een niet-meewerkende houding. Verwijzing naar Décision n° 2025-1172 QPC van de Conseil Constitutionnel (FR, 16 oktober 2025), die hernieuwde bewaring voor hetzelfde verwijderingsbesluit toelaatbaar acht mits wettelijke waarborgen bestaan. Eiser is thans niet langer dan 18 maanden in bewaring ter uitvoering van het terugkeerbesluit uit 2016; de maximumtermijn ex art. 59 lid 6 Vw is niet overschreden.
  • Schriftelijk verlengingsbesluit: Art. 15 Terugkeerrichtlijn vereist niet dat de verlenging schriftelijk wordt gelast met opgave van feitelijke en juridische gronden; de nationale regeling in art. 59 lid 6 Vw volstaat.
  • Verlengingsvoorwaarden: Aan beide voorwaarden voor verlenging is voldaan: niet-medewerking van eiser (hij heeft in de vertrekgesprekken niets ondernomen om zijn identiteit aan te tonen) en het ontbreken van documentatie uit Marokko.
  • Zicht op uitzetting en lichter middel: Zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt niet. Geen aanleiding voor toepassing van een lichter middel, gelet op eisers proceshouding (hij wenst in Nederland te blijven en gaat naar zijn ouders zodra hij vrijkomt).

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond.
  • Schadevergoeding: Afgewezen.
  • Proceskosten: Geen.
  • Rechtsmiddel: Geen (volgberoep; geen rechtsmiddel open).

Noten

Ontdek meer van Jurisprudentie vreemdelingenbewaring

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder